Boquete De streek om een paar goeie trektochten te doen! Helaas is er de laatste dagen al heel wat regen uit de Panamese hemel gevallen, maar het is dan ook nog steeds regenseizoen en ik wil en zal een Quetzal zien, de nationale vogel van Guatemala die ik daar niet gevonden heb. Mijn reisgids belooft me dat de 6u durende trektocht door het nationaal park 'volcan Baru' me mooie uitzichten zal opleveren alsook de Quetzal. Daarvoor wordt het pad ook Sendero Los Quetzales genoemd. Dus om 6u sta ik vertrekkensklaar om eerst een 3u durende busrit naar Cerro Punta te nemen alwaar mijn tocht aanvangt. Cerro Punta wordt terecht het kleine Zwitserland genoemd. Chaletjes tussen de bloemvelden en beekjes die door het landschap stromen.
Met de zon in mijn gat bereik ik na een uurtje klimmen tussen de geurende koffievelden de ingang van het park. Er hangt een blad aan de deur van het wachtershutje met de boodschap 'betreden op eigen risico'. De ingang van het park is meteen ook de ingang van de jungle. Er komen allemaal vreemde geluiden op me af en ik vraag me even af of het wel een goed idee was om alleen op trektocht te gaan. Ik word echter algauw vergezeld door de hond van de buren die bij me blijft tot ik de top van de berg bereik. Ik ontmoet er de parkwachter die me wat info verschaft over het pad en me waarschuwt dat de paden modderig en glad kunnen zijn door de hevige regenval van de laatste dagen. Hij reikt me een wandelstok aan en I am off again. Nog 4u te gaan voor ik terug in Boquete ben. Ondertussen is het lichtjes beginnen smuken (kwestie van mijn westvlaams te onderhouden). Na een halfuur bereik ik een splitsing. Links loopt het effectieve pad (te herkennen aan de houten blokken en de leuningen die af en toe aangelegd zijn), rechts is eerder een platgelopen aardeweggetje. Ik volg het aangegeven pad, maar kom even later uit op een groot dal vol rotsen. Het pad lijkt plots verdwenen. Ik besluit terug te keren en het andere pad uit te proberen. Het begint goed maar gaat dan echter over in een constante snelle en diepe daling. Ik moet me aan de bomen vasthouden en mijn wandelstok biedt me de nodige ondersteuning. Een moment echter slipt de aarde onder mijn voeten weg en ik val. Ik beland met mijn arm rond een boom, mijn voeten in het dal bengelend. Ik kan me gelukkig optrekken maar sta te trillen op mijn benen. Even geluk gehad daar. Ik begin stilletjesaan te beseffen dat dit het juiste pad niet kan zijn. Teruggaan lijkt me gevaarlijk en moeilijk, dus met een paar schaafwonden rijker daal ik verder af in de hoop dat ik terug op het juiste pad terecht kom. Ik begin lichtjes te panikeren wanneer ik merk dat de daling steeds moeilijker wordt en de bomen en planten dichter opeen geplakt staan. Het is een en al boom rondom me. Uiteindelijk kom ik aan de rivier, maar helaas geen wandelpad te zien. I am lost!
De enige logische optie is de rivier te volgen omdat ik weet dat die naar mijn eindbestemming leidt. De smuk is ondertussen overgegaan in lichte regen. Is de rivier wel een goed idee als het opeens hard begint te regenen, stel voor onweren? Het wordt steeds moeilijker om verder te gaan op de rotsen. Paniek hangt als een donderwolk boven me. Tot 2x toe keer ik terug en terug. Wat als ik hier niet uit geraak voor donker? Enkel de parkwachter en de hond weten dat ik hier ben. Ik roep en fluit in de hoop dat er iemand opdaagt die me de weg kan wijzen. Helaas, het zijn enkel de vogels die terugfluiten. Ik zie aan de andere kant van de rivier opnieuw voetstappen in de modder. Zolang dat er is, moet er ook een uitweg zijn. Het gaat even goed tot ik terug op de rivier uitkom en ontdek dat ik niet verder kan. Dit gaat zo even door en ik lijk nergens heen te gaan, hoewel mijn enige doel nu is voor het donker uit de jungle te geraken. Regen is nu hevig en het is reeds 16u. Op dit moment moet ik eigenlijk al terug in Boquete zijn. En daar zie ik plots weer een belopen paadje. Wonder boven wonder lijkt het uit te komen op het echte Quetzalespad. Fjuuuuw! Ik krijg weer moed in de benen totdat ik nog maar eens op de rivier uitkom en daar bovendien een pijl vind die naar de kant wijst waar ik vandaan kom met een infobord eronder "Boquete, 3u". Verdomme, ben ik echt weer verkeerd gelopen? De twijfel slaat toe en ik keer terug tot mijn gezond verstand zegt dat ik niet opwaarts moet maar de rivier mee moet volgen. En opnieuw maak ik rechtsomkeer. Ik steek de rivier voor de 14e keer over en daar staat plots een hutje. Een man steekt zijn kop buiten. Ik vraag of ik op goede weg ben en jawel. Beter nog, de weg en de exit is nog maar 15 min wandelen van mij verwijderd. Ik trek verder en tarara, een splitsing! Beide paden komen in het niets of op de rivier uit. Het is nu 17u, het begint donkerder te worden, ik zit tot aan mijn enkels onder de modder, ben doornat en heb het koud. De vermoeidheid na bijna 8u non-stop wandelen slaat toe. Ik keer terug naar de man (Miguel genaamd) en vraag om hulp. Hij stuurt zijn vriend Alexis met me mee, een 40-jarige man met zijn bovenste rij tanden kwijt uitgezonderd zijn rechterhoektand. Met zijn lange gele vissersjas en rubber laarzen doet hij me des te meer aan een karakter uit een horrorfilm denken. Ik ben echter vol hoop dat hij me uit de jungle krijgt en 10 min later is het einde van het bos en het begin van de weg in zicht. Het blijkt echter geen carretera te zijn, zoals Miguel zei, alwaar ik dacht auto's en bussen te zien passeren die me naar Boquete zouden terugbrengen. Nee, het is gewoon opnieuw een pad, maar iets breder en met keien bedekt. Het is uiteindelijk nog een uur klimmen tot de echte uitgang van het park. Het regent nog steeds pijpestelen en er is geen mens, auto, bus of huis te bespeuren. Enkel de ogen van de spinnen weerkaatsen in het licht van mijn hoofdlamp. Alexis belooft me ondertussen al een uur dat er gauw een dorpje moet zijn waar ik een taxi kan nemen. En hoewel ik blij ben dat hij er is, begin ik prikkelbaar te worden daar ik het gevoel krijg dat hij geen flauw benul heeft van waar en hoe ver het volgende dorp is. Bovendien is hij maar aan het ratelen en lijkt hij dit alles heel leuk te vinden. En dan is daar eindelijk de weg, blank door de regen en daardoor alle hoop wegnemend om een auto tegen te komen. Maar het lot is welgezind en in de verte zijn autolichten te zien. Ik sta bijna midden op de straat als een gek te zwaaien in de hoop dat de auto niet voorbij rijdt. Het werkt en zo beland ik veilig en wel terug in mijn hostel in Boquete.
Na een warme douche lig ik om 21u uitgeput in bed. Een warme douche is trouwens met alle eer op nummer 2 van mijn lijstje met deugddoende dingen beland. En wat hebben we geleerd die dag? Eerst en vooral, niet panikeren, logisch nadenken en verder kijken dan je neus lang is. Ten tweede, altijd je eerste gedacht volgen. De volgende dag voel ik elke spier in mijn lijf tegentrekken. Er komt een man naar me toe die de broer van Miguel, mijn redder, blijkt te zijn en gehoord had van mijn avontuur. Hij werkt voor de krant en vraagt me of ik mijn verhaal kan schrijven. Het is namelijk zo dat de overheid niets doet voor het onderhoud van het park en hij is al een tijdje bezig daar verandering in te brengen. Hij laat me bovendien weten dat er dit jaar reeds mensen gestorven zijn omdat ze verloren gelopen zijn. Slik. En zo beloof ik hem mijn verhaal te schrijven, ga op de foto en wie weet, word ik beroemd...hehe...
Na dit alles en na al die regen heb ik nood aan wat zon en zee. Ik beland voor 3 dagen in Bocas del Toro, een eilandengroep in de Carribean. Heb er zeesterren uit de zee gevist, gesnorkeld, rode kikkertjes gevonden en ben op de vlucht geslagen voor vervelende zandvliegen. Hoe vreemd het ook klinkt, vier dagen later sta ik alweer midden in het nevelwoud klaar voor mijn volgende trektocht...
Lost and Found hostel, La Fortuna
Een hostel gelegen in het nevelwoud, ook wel Cloud Forest genoemd, met een mooi uitzicht op vulkaan Baru en temidden van vele kolibri's die er rondfladderen, wasberen, eekhoorns, tarantula's, kikkers, salamanders en kleurrijke kevers. Ze passeren allemaal de revue en ik vind het geweldig om al die beestjes te zien! Het wordt nog interessanter wanneer 2 biologiestudenten uit Duitsland in de hostel arriveren met een boel dode en ook levende salamander- en kikkervangsten bij. Ze doen namelijk onderzoek in het woud naar nieuwe soorten. Ik besluit de volgende dag samen met hen op trektocht te gaan op zoek naar meer salamanders en kikkers en ook slangen. En jawel, we hebben meteen prijs. Na de vangst van een paar kleine slangetjes, waaronder ikzelf er een gevonden heb, blijkt op ons pad een van de giftigste slangen van het gebied te liggen, wachtend tot haar eten voorbij passeert. Het is een pitviper en ze moeten die nu zien te vangen met behulp van 2 wandelstokken. De adrenaline bij elk van ons schiet de hoogte in en ik sta vol spanning toe te kijken hoe de slang eerst op de vlucht slaat. Een beet van deze en je hebt nog maximum een halfuurtje te gaan. Ze is echter redelijk rustig en valt niet echt aan en de biologen kunnen haar even later mooi in de zak laten vallen. Ze blijkt uiteindelijk 1.18m lang, een van de grootste van haar soort! Ik vind het nog spannender wanneer ik voor het eerst een van de kleinere slangen in mijn handen kan houden. Het is mijn buddy, diegene die ik gespot heb, en tis een levendige met een mooie bruin-rode kleur. Mijn brrr-gevoel voor slangen is stukken gedaald en vind het nu zelfs een leuk gevoel. Ik kan niet wachten tot ik de volgende dag opnieuw mee kan op hike. Bovendien moet je weten dat ik ook een grote pad gevangen heb. Die zat 's avonds op mijn weg naar de slaapkamer. Zo'n grote pad had ik nog nooit gezien. Ik wou en zou hem vangen om hem vol trots aan de anderen te tonen. Dus ik zit hem achterna, waarbij hij een soort vloeistof spuit. Vreemd, denk ik, wist niet dat padden dat konden. Soit, ik krijg hem te pakken en apetrots ga ik hem aan de anderen gaan tonen. Een van de biologen springt echter meteen recht en zet de pad weer in het gras. Blijkt dat de pad heel giftig is. Sjiet, en nu? Handen goed wassen en 't is in orde... Dan heb ik eens een reus van een pad gevangen...