maandag 24 mei 2010

And so the end is near...

Rond de wereld in 80 dagen... Ik heb er welgeteld 379 dagen over gedaan. En het was niet bepaald de ganse wereld, maar vind toch dat ik m'n best heb gedaan, niet?

Een antwoord op de vraag hoe het geweest is, lijkt moeilijk te vinden. Goed, leerrijk, uitdagend, amusant, geestesverruimend,... lijken niet het geheel te kunnen omvatten. Dat alles was het zeker, maar ook nog zoveel meer. Het was in ieder geval en in elk opzicht onvergetelijk! Van de ene op de andere dag zit je op 4 verschillende vliegers om op een of andere ongekende bestemming te geraken. Alleen met jen eigen...
En dan denk je bij jezelf, miljoar woar zenne kik weer an begonne sieg?!

Andere culturen, andere gewoontes, andere taal. Dan sta je plots voor het eerst op een levende vulkaan. Lava. Een aardbeving. Vreemde rare beesten, nieuwe (en soms wel vreemde, rare) mensen. Vaak compagnons op weg naar een volgende bestemming. Het leven als vrijwilliger. Andere werelden: diep in de blauwe zee, hoog in de blauwe of grijze lucht, ver in de jungle of woestijn. Rijst met bonen...

Wat was het mooiste land? Elk land heeft z'n ding en met het ene heb je al meer affiniteit dan met het andere. Maar favorieten waren Guatemala, Nicaragua en Nieuw-Zeeland. Heel waarschijnlijk omdat ik in die landen de meeste tijd heb doorgebracht, meeste mensen leren kennen heb of meest van heb gezien.
(Even denken welke vragen mogelijks nog op me afgevuurd zullen worden die voor gezamenlijke repliek vatbaar zijn. Wil alvast nu nog de vragen doormailen aub!)
Engste ervaring? Mijn ontmoeting met meneer de vliegende reuzenkakkerlak en lost voor 10u in de de jungle van Panama met wilde poemas die loeren en weet ik veel wat nog allemaal in de buurt.
Tofste ervaring? Mogen werken met beesjes, in het bijzonder aapies, gaan duiken en eigenlijk al de rest. Te veel om op te noemen. Kga eens lijstje moeten aanmaken.

Ach, voor de rest van de vragen, 't zal zijn voor als ik thuis ben.
Ik kijk er op een of andere onverklaarbare manier toch naar uit terug thuis te komen, want hoe je het ook draait of keert thuis is waar mijn...
...bedje staat! Of was het mijn Duvel?
Oost west thuis best dan?

Om het geheel hier in schoonheid af te sluiten, toch nog een dankwoordje:
DANK!
Hehe! Tbegint ier precies een beetje op z'n einde te geraken. Nee, ik wil toch zeker nog eens jullie lustige lezers ontzettend bedanken gewoon om te (kunnen) lezen, om een reactie te plaatsen zowel hier als op flickr, de mails, kaartjes,... Heeft allemaal bijgedragen aan mijn jaar on the road.
En aan al diegenen die mij een teusje beloofd hebben als ik weer thuis ben, khou je d'eraan!
Tot ergens in den draai...

THAT'S ALL FOLKS

dinsdag 18 mei 2010

New Zealand - North Island

De verdronken valleien van de Marlborough Sounds overgestoken met de ferry en zo het zuideiland achter ons gelaten. In 11 dagen hebben we toch het grootste deel van het noordeiland kunnen zien, hoewel er altijd tijd te kort is voor schoon dingen. En zeker als de tijd plots 10x sneller lijkt te gaan... Anyway, anyhow moet het noordeiland, ondanks z'n rijkere populatie, qua natuurpracht helemaal niet onderdoen voor zijn zuidelijke partner. Zo ligt er midden in het noorden een vulkanisch plateau met nog meerdere actieve vulkanen. Tijd dus om er nog maar weer eens eentje te beklimmen. En niet zo maar eentje, maar dé ster van de Lord of the Rings trilogie, Mount Doom (ge weet wel, dien met z'n groot oog op z'n top)! Helemaal bovenaan de top zijn we niet gegaan, maar wel op Mount Tongariro. Het heeft ons 7u wandelen gekost om die dag heel wat mooie en vreemde vulkanische elementen te mogen aanschouwen. Niet alleen jaren- of zelfs eeuwenoude lava, maar eveneens een imposante red krater, gifgroene Emerald meren, gassen die uit de berg ontsnappen en ons verrijken met een lekkere zwavelzuurlucht (mmm, rotte eieren) en vooral opnieuw eindeloze uitzichten zo hoog in de sky... Heb de kietjes de dag nadien gevoeld, maar het was meer dan de moeite waard.

Onderweg naar het oosten heel wat glimpsen van Nieuw-Zeelands grootste meer Lake Taupo kunnen opvangen. Helaas was het in het oosten weer regen geblazen, maar toch nog genoeg kunnen zien van de geërodeerde kustlijn, alsof de zee alsmaar hapjes uit het land neemt. Mooie stranden en vooral een deel waar de Maori's sterk vertegenwoordigd zijn en je bij gevolg overal het mooie typische houtsnijwerk van de marae of ontmoetingshuizen kan bezichtigen.
Wist je trouwens dat kiwis aan ranken groeien gelijk druiven?!

Na het oosten opnieuw naar de vulkanische of vooral thermische activiteit in Rotorua gegaan alwaar de zwavel onze neusgaten opnieuw non-stop verwende. Maar dit keer geen vulkaan, maar gewoon stad. Overal om je heen zie je gassen uit de grond opstijgen. Eén ding is zeker, het is er heet onder de voetjes! In Wai-O-Tapo, een thermisch park niet alleen een geiser zien spuiten, maar het zit er vol warmwaterbaden, kolkende waterputjes, modderbaden die bubbelen, knalgele vlekken op de rotsen, genoeg stoom om elkaar op een paar meter niet meer te zien... Ongelooflijk hoeveel activiteit er daar onder de grond nog aanwezig is. Moeder Aarde volop aan het werk. Meteen ook een ideale plaats om even te gaan weken in een natuurlijke spa met uitzicht op Lake Rotorua bij zonsondergang. Aaaah, wat kan het fijn zijn. Naast het natuurlijke gedeelte, ook een cultureel deeltje meegepikt in Whakarewarewa village. Een 300 jaar oude gemeenschap waar nog steeds 70 Maoris op traditionele wijze leven. Koken gebeurt in natuurlijke stoomluiken of groene groenten hangen ze in zakken in de kokende baden. Geen energie nodig en 't eten is klaar als je van je werk terugkomt. Ook baden gebeurt in open lucht. Nadeel van het leven is dat je minstens 1x in je leven moet verhuizen. De grond (30m dik) is er door de activiteit namelijk fragiel voor inzakkingen. Een afsluitertje gehad met een traditionele dans en haka. Ogen open en tong eruit! Kamate!!
Om het ganse thermische gedeelte af te sluiten zijn we op Hot Water Beach zelf nog een putje gaan graven. 2u voor en na eb kan je er graven en baden in je eigen gegraven putje omwille van een ondergrondse thermische bron.

Voor de rest nog een klein stukje Northland gezien en onze kribbe ingeleverd in Auckland, waar ik de rest van mijn dagen ga doorbrengen. Ondanks de regen die we hier al gehad hebben, is er ergens wel een stukje zon te zien die regenbogen maakt. Voor mij is Nieuw-Zeeland echt wel het regenboogland. Heb er in die 5 weken heel wat speciale gezien.



maandag 3 mei 2010

New Zealand - South Island

Na Christchurch, de meest engelse stad van NZ (omwille van trage migratie), zijn we op weg gegaan naar de brein-uitziende Banks Peninsula met z'n heuvels gevormd door 2 gigantische vulkaanuitbarstingen. Goed dus om een mooi zicht op de omringende oceaan te krijgen die de vele spleetjes binnenstroomt en zo de kleine dorpjes een frisse bries bezorgt. Water is niet alleen in de oceaan te zien hier, maar ook in de vele grote meren die immer een mooie speciale helderblauwe-groene kleur hebben. Lake Tekapo is voorlopig toch één van de speciaalste meren omringd door rollende heuvels en ongelimiteerde uitzichten. Het zou ook de zuiverste lucht van NZ moeten zijn met de helderste sterrenhemel!

Onderweg naar Mount Cook National Park duiken de besneeuwde toppen van de Southern Alps voor je neus op. Opnieuw een stukje world heritage area met de hoogste berg van australasia, maar voornamelijk ook voor z'n vele gletsjers, onder andere de Tasman Glacier bestaande uit rots en stenen ipv ijs en tevens ook NZ's langste gletsjer. Ik vond het vooral eigenlijk erg aangenaam om nog eens sneeuw te zien. Jammer dat ze nog maar slechts de toppen bedekt, maar toch is het hier niet meer warm en heet zoals in australië. De zon heeft plaats gemaakt voor regen en veel, veel wind! Verder had het water van de rivieren ook een grijze kleur die best mooi afstak tegen de achtergrond.

Dunedin, de Otago Peninsula en de Catlins is het vooral te doen om de wildlife en natuur. Je kan er up close and personal komen met zeehonden, zeeleeuwen, yellow-eyed pinguins, albatrossen,... tenminste als je geluk hebt. Zeehonden hebben we in de verte zien rondhangen op de rotsen en duikjes nemen in het water. De zeeleeuwen hebben we ook gezien, als grote schaduwen in het duister. Maar aangezien die kolossen best snel kunnen zijn en bijten, durfden we in het donker toch niet dichter gaan dan 40m. Eén Yellow-eyed pinguin konden we nog net zien voor hij de bossen indook. Wel weer de moeite om dat zomaar in het wild van zo dichtbij te kunnen zien. In Dunedin ook nog te voet het steilste straatje ter wereld beklommen. Even puffen! Durfde het gelijk niet riskeren met ons stalen ros. En verder in de Catlins nog de beste blowhole ooit gezien, wilde watervallen en ferns. Want naast schapen, wordt NZ ook wel fern-country genaamd. Trouwens, de schapen die je hier echt overal ziet, zijn echte pareltjes met mooie witte snoetjes en lange krullenharen. Ook de koeien zijn hier langharig en hebben soms een gevlekte band rond hun middel. Op het zuidelijkste punt van het zuidereiland toch bijna Antarctica gezien (ahum) en wist je dat ik elke dag als eerste van de wereld de zon zie opgaan? Jawel, goeiemorgen wereld! Hihi!

Van glooiende heuvellandschappen in de scherpe pieken van Fiordland gearriveerd! Sneeuw alom! Veel toegangswegen zijn er echter niet. Helaas hebben we in het algemeen niet veel kunnen zien omwille van liters regenval. 't Geburchte stond al dagen onder water in gans het zuiden, waardoor vele wandelpaden en wegen ondergelopen waren of stukken van de baan weggespoeld. Daardoor hebben we helaas ook niet veel van Milford Sound gezien, één van de hoogtepunten. Dan maar doorgereden en in de bush van de westkust terecht gekomen, met z'n bergen en heuvels vol bomen en regenwoud die tot aan de zee reikt. Zustergletsjers Fox Glacier en Franz Jozef Glacier die heel dicht bij de oceaan gelegen zijn, zijn nog steeds actief. Franz gaat elke dag 1m vooruit, overal in het rond zijn er ijsblokken te zien en we zijn gaan kijken tot op 200m, wat betrekkelijk dichtbij is om die enorme blauwe ijsmassa te zien. Opnieuw een speciale ervaring...

Nog een paar dagjes zuideiland afwerken en dan willen we oversteken naar het noordeiland.
Zal mij ondertussen alvast voorbereiden op een nieuwe stemming back home?!

Cheerio...

zondag 25 april 2010

This was Australia...

… and this is Nieuw-Zeeland! Final Destination… Dag 350…



De eindmeet komt dichterbij en na 4,5 maand was het tijd om Australië achter mij te laten. Wat het ook is, Australië laat hoe dan ook een indruk na. Al is het maar toen ik op het vliegtuig zat ik alle lichtjes de verkeerde kant van de weg zag rijden. Omgekeerde wereld, zo zou ik Oz wel kunnen noemen. Maar vooral één met enorme contrasten! Met z’n 7 miljoen km² en een kustlijn van 25.800 km lang (en ongeveer 7000 stranden) kan je niet ontkennen dat het een reusachtig groot eiland is. En met een populatiedensiteit van 2.5 koppen per km² (één van de laagste in de wereld) is er dan ook veel niets, niets en nog eens niets. Je kan kiiiilomeeeters rijden zonder een ziel te bespeuren. En na lange tijd in de ouback of woestijn is er dan plots weer beschaving die zich logischerwijze langs de kustlijn bevindt. Het is echter moeilijk te vatten hoe groot het wel is als je er niet even rondgereden hebt. Heb er alvast van heel wat kunnen proeven: afstanden, hitte, beesterij, tegenstellingen, wijd open lucht, eindeloze sterrenhemels, vreemde landschappen en wezens, genoeg groen, geel en rood,…



Aangekomen in Sydney was het voor mij meteen weer big city en vooral lekker europees eten. Maar helaas was dat niet voor gans Australië het geval. Hoewel mijne travelmate het eten ronduit slecht vond, moet ik toegeven dat het toch beter was dan dagelijks rijst met bonen. En vreemd genoeg begon ik dat soms wel te missen. Ondertussen kan ik geen rijst meer zien! Maar om eerlijk te zijn, mogen we tevreden zijn met onze Belgische cuisine. En hoe zit dat eigenlijk met brood? Het ziet ernaar uit dat vers brood enkel in België en Frankrijk te verkrijgen is!? Brood zal me binnenkort wellicht erg smaken… Hoe dan ook, Sydney blijft voor mij wel een toffe stad. Je hebt er het water, genoeg park, een levendige sfeer en mooie bouwwerken. Mijn eerste reactie kan ik beetje vergelijken met New York, maar dan eigenlijk helemaal anders, begrijpen jullie?!



Na Sydney de tasmaanse zee overgestoken naar Tasmanië, voor mij toch één van mijn ozzie hoogtepunten. Ook al is het een deel van Australië, het is voor mij een wereld apart. Meteen wel koud en regen, maar vooral prachtige natuur. Je kan er wellicht gewoon het eiland rondwandelen op ‘walking tracks’. Maar het was er ook de eerste in levende lijve ontmoeting met de wombatjes, echidnas en kangoeroes.



In Victoria, de kleinste staat, zijn we bezitters geworden van ons auto-huis. Melbourne is een beetje artiestenstad met een zeer gemoedelijke sfeer en kleine straatjes om door te slenteren. De grootste troef van de stad blijft Federation Square waar altijd wel wat te beleven valt en eveneens dé plaats om mensen te kijken. Tenslotte hebben we er ook de veggie fastfood burgers en frietjes ontdekt! Na Melbourne zijn we langs de Great Ocean Road gaan toeren, waar naast de mooie uitzichten vooral het zien van de glowworms me bijgebleven is.



De little pinguins waren dan weer het hoogtepunt van South-Australia. Verder heb ik ontdekt dat de maan hier echt een gezicht heeft. Adelaide, hoofdstad van de staat vond ik niet echt de moeite, ondanks dat het wel de wijnstreek bij uitstek blijft. (Weetje: Oz is land dat vooral in wijnexport doet met 793 miljoen liter per jaar). We hebben in SA ook ons eerste contact met de de police Down Under gehad en er meteen ook de heetste dagen (45°) overleefd. Het was echter ook de eerste keer autopech. Voor de rest zijn er ook heel wat overzetbootjes over de Murray rivier, konden we kennis maken met de Redback Spider en de Yellowfooted Rock Wallabies en waren de vliegen er werkelijk op hun ambetantst!



Vanuit SA zijn we dan de grens met West-Australië overgestoken, de staat die aanvankelijk New Holland werd genoemd en duidelijk te zien is aan de straatnamen. Zonder meer de grootste staat en de langste afstanden te overbruggen, te beginnen met de Nullarbor. Daardoor is het wel ideaal om roadtrains te zien. Kortom een staat met veel niets en heel veel droogte. Je moet weten dat Australië één van de droogste continenten in de wereld is. Dat zie je aan steden en dorpen die geen puur drinkwater ter beschikking hebben of er erg zuinig mee om moeten gaan. In bijna gans het land zijn ze momenteel bezig met waterbesparingen. Onderweg naar Perth rij je langs valleys of giants waar de grootste bomen zich bevinden. Op Rottnest Island was het de plek om quokka’s te zien en te snorkelen. Het was bovendien ook de tijd van werken bij de bloemenboer, waarbij onze camping een maand echt huis en thuis geweest is met veel aangename ontmoetingen. We zijn er ook een paar woordjes rijker geworden in het Iers, Chinees, Gaelisch, Australisch en Brits en op sterrengebied kunnen we ook al een paar dingen herkennen in de zuiderse hemel. Daarnaast opnieuw car-troubles en waren het dit keer voornamelijk mieren die zich van hun vervelende kant lieten zien.



Zo dan weer het westen achter ons gelaten en in Northern Territory terecht gekomen met als kenmerken: Aboriginals, rotsschilderingen, grote luchtvochtigheid, reuzesprinkhanen, watervallen,… Sinds lang was het opnieuw regen geblazen die het dorre, gele landschap omtoverde in mooi groen en stromende rivieren. Echter ook overstroomde wegen en muggen. Het noorden staat daarnaast ook vooral bekend om z’n krokodillen, waarvan een stukje in m’n maag beland is, en grote termietenhopen. En ik heb er voor het eerst heel even geluid uit een didgeridoo gekregen, okei! De reden waarom velen in het noorden belanden is ongetwijfelfd Uluru. Die hoop zand heeft iets en doet iets met je, al weet geen mens wat het is. Afgesloten met de opaalmijnen en het ondergrondse leven in Coober Pedy.



Na Sydney dan opnieuw in New South Wales terecht gekomen en een mislukte poging ondernomen om de Blue Mountains te zien. De herfst was namelijk in het land. De skioorden in de Snowy Mountains waren dan wel weer een succes. En Canberra is musea en geschiedenis alom!



En zo was de cirkel rond en de kilometerteller weer 25.000 km rijker. Eerlijk, na 4 maanden in een auto leven, had ik er even helemaal genoeg van. De rug verbetert er niet echt op, het is steeds weer zoeken naar warme douches, in de auto zelf snikheet met als gevolg stank, koken in het donker is ook niet altijd fijn en hetzelfde geldt voor steeds dezelfde goedkope maaltijden. Bovendien zijn we ook goed geworden in het stelen van water. Dringend tijd dus om verder te gaan en opnieuw de zee over te steken.



Om af te sluiten waren de erg goeie dingen in Australië zeker de gratis openbare toiletten die je overal vind (behalve in de bush natuurlijk), alsook de bbq’s (ook wel barbies genoemd, want afkortingen kennen ze hier wel). Zondagen zijn meestal leeg en is er weinig te doen. Wellicht zitten de meesten dan thuis een potje cricket te kijken of Australian Rules Football. Iedereen is altijd wel in één of andere uitgelaten sfeer. Kerst, Pasen,…de muts gaat op ’t hoofd! En het is hét land van de koopjes en solden! Iedereen is hier verder ook mate, love, darling, dollface,… Helaas kan je niet hierheen komen zonder insectenbestrijders en een zalf tegen vliegen zou hier ook geen slechte uitvinding zijn. Vergeet alvast ook je zonnecrème niet om UV16 tegen te gaan (wist niet eens dat de UV-index zo hoog kon gaan). Maar het allerbeste blijft voor mij toch de beesjes. Overal kan je ze in het wild zien rondlopen. Omdat het land 45 miljoen jaar geïsoleerd geweest is van andere continenten, heb je nu éénmaal aliën dieren die huppen en bomen die hun huid ipv hun bladeren verliezen. Maar dat maakt voor mij het land down under uniek. En weet je waarom die kangoeroes huppen? Omdat het nu gewoonweg de eenvoudigste manier is om ergens te geraken op medium speed. Interessante wildlife hier, dat wel, van huppende energetische roos tot luie koala’s die slapen omdat ze eigenlijk constant met een kater zitten van die eucalyptusbladeren. Klinkt bekend? Slangen gezien, spinnen ook, check! Het zijn echter de vliegen die zouden zorgen dat je helemaal gek wordt.



Dit was dus Australië en op dit moment ben ik reeds een week in Nieuw-Zeeland, het land van de kiwi’s (aka de mensen, het fruit, de vogel) en de vreemde taal (allrightio, cheerio,…). Maar ik kan nu al zeggen dat het hier adembenemend is! Helderblauwe meren, grijzen rivieren, bergen met sneeuwtoppen en vooral veel schapen (4 miljoen mensen, 40 miljoen schapen). De Lord of the Rings-landschapen zijn hier echt écht! Aangekomen in Christchurch (zuid-eiland) meteen 3 nachten in de gevangenis doorgebracht. ’t Is te zeggen, de vroegere gevangenis tot hostel omgedoopt, maar nog steeds reëel. Maar meer voor de volgende keer…



KIA ORA!

vrijdag 9 april 2010

Down Up and Under

Halloooo luitjes,

nog vlug even een korte schets van de afgelopen weken ergens tussen noord, oost en zuid (we zijn weer alle kanten opgereden). Waar waren we gebleven? Alice Springs, me dunkt. ’t Centrum van Oz snel achter ons gelaten om eerst de West Macdonnell Ranges te verkennen en zo door te rijden naar hét icoon van Australië, namelijk Uluru of ook gekend als Ayers Rock. West Macs voornamelijk gigantische ravijnen met mooie uitzichten op een eindeloze horizon. Het zou het resultaat moeten zijn van 60 miljoen jaar werkende rivierkrachten van een rivier die eigenlijk nauwelijks stroomt. Vreemd jawel, zoals er hier wel meerdere dingen zijn.

Uluru was opnieuw een cultureel hoogstandje. We dachten eerst gewoon een hoop zand te zien, té overschat door de horden toeristen, maar onze ranger-gids heeft onze visie wel degelijk bijgeschaafd. Hoewel het effectief een hoop samengeperst zand is, zit er heel wat meer achter de enorme massa in de anders lege woestijn. Naast de verandering van kleur die inderdaad plaats vindt bij zonsondergang is de steen ook dé bron van leven in de omgeving. En wat is nu de bron van alle leven? Water, correct! Check! De steen bevat gewoon water en daar leven de beesjes en mensjes van. Buiten dat is de originele kleur van Uluru eigenlijk blauw-grijs (zou je niet zeggen als je ‘m ziet), staat ie er al 360 miljoen jaar (of meer?) en konden de aardbewoners dien tijde op de top lopen die toen eigenlijk gewoon de grond was. Afin, dan zeg ik nog niets over de betekenis voor de Aboriginals daar. Voor meer info, ge zult moeten wachten tot ik thuis ben (of voor de rappere is er ook nog onze vriend google). Na Uluru ook z’n zus Mount Olga gaan bezoeken met dit verschil dat Olga nen hoop samengeperste stenen en rotsen zijn en 200m hoger dan broer Uluru.

Van daar dan verder de woestijn ingetrokken (en als ik zeg eindeloos, dan bedoel ik ook echt eindeloos hier) en halt gehouden in Coober Pedy, de opaalhoofdstad van Australië of zelfs misschien van de wereld. Je komt geleidelijk aan dichterbij gereden en ziet plots overal om je heen hoopjes zand opduiken. Veel mensen zijn er destijds heen gegaan om de vondst van hun leven te doen en je kan nog steeds op sommige plaatsen zelf gaan graven of gewoon een stuk grond kopen op hoop van zegen. Maar niet alleen dat, je zit er midden in de woestijn, snikheet (tot 50°) en waar leven de mensen…ondergronds! Zelf hebben we er een ondergrondse kampeerervaring bij. ’t Is ne keer iets anders dan anders. En we zijn er ook dichtbij de maan gekomen. Allé ’t is te zeggen, het landschap daar gelijkt als 2 druppels water op het maanlandschap.

Okei, Uluru in het noorden, Coober Pedy was dan weer bovenaan South-Australia en vandaar moesten we naar het oosten, op naar de Blue Mountains. Van vlakke droge woestijn zaten we twee dagen later plots in koele bergen. Op de koop toe kregen we na bijna 4 maanden droogte meteen ook hele vlagen regen over onze kop. Om maar van ’t ene uiterste in het andere te vliegen… Van vliegen gesproken, die waren er met dat weer dan wel niet meer, nog dat voordeel. De Blue Mountains beloofden mooi te worden, maar de regen was ons echter niet echt welgezind. Dolblij als kleine kindjes toen we die eerste regen en langverwachte verfrissing voelden, was het echter van korte duur. Omdat we zo hoog in de bergen zaten, zaten we in de wolken met als gevolg mist en geen mooie uitzichten, alleen wit voor je neus. En zo hebben we van de hele bergstreek nada, noppes, nietmendal gezien. Uitgezonderd ne waterval dan. Een mens rijdt daarvoor dan speciaal helemaal terug naar Sydney of anders gezegd een ritje van 1500km. Dus zat er niets anders op dan maar meteen door te rijden naar de volgende bestemming namelijk hoofdstad Canberra! De stad met genoeg musea en bezienswaardigheden om twee weken te vullen. Wij hadden twee dagen, dus ’t was vlug vlug van ’t ene interessante naar ’t andere huppen. Canberra is samengevat gewoon één groot abstract verhalenboek van Australië. En om af te sluiten zijn we terug naar het zuiden gereden met als laatste tussenstop de Snowy Mountains en Mount Kosciusko (kan je het uitspreken?) National Park. Met zekerheid hét skioord van Down Under. Hele kleine dorpjes tussen grote steile bergflanken wachtend op de eerste sneeuwzoekers! Tot zover nog geen sneeuw, maar goed om opnieuw de wandelshoes aan te trekken.

En zo is de cirkel rond en zijn we weer in Melbourne, hopend dat de auto vlug verkocht geraakt en wij de vliegmachien opkunnen naar Nieuw Zeeland. Ondertussen is de zon zich hier geleidelijk aan achter de wolken aan het schuilhouden, terwijl ze bij jullie hopelijk haar koppie laat zien.

Nog een zalig paaskeun en hou alvast nog een eitje over voor me, okei?!

No worries!

zaterdag 20 maart 2010

The Top End...

...of the Northern Territory...of voor mij de groene staat met de vele rondfladderende vlinders. We hebben het noorden bereikt! Deze outback heeft een populatie van 200 000 man waarvan 30% aboriginals die nog steeds de helft van het staatsgebied bezitten. De lokale bevolking krijgen de bijnaam 'Territorians, Top Enders of Centraliens'. 80% van het land wordt gekenmerkt door een tropisch klimaat. 't Is hier dus ofwel warm en nat (waar we nu nog een laatste maand in vertoeven) ofwel warm en droog. Aboriginals zien echter 6 seizoenen afhankelijk van het leven van planten en dieren.
Van zodra we het Westen achter ons gelaten hadden, kregen we 10 min later al meteen 5 druppels regen over ons heen. Dat we in het natte seizoen zijn, zorgt dat alles hier mooi groen is, de beekjes en rivieren weer gevuld zijn en af en toe een aangename lichte afkoelende regenbui, maar het gevolg is dat er wel weer overstromingsgevaar is. De luchtvochtigheid is bovendien ook de hoogte inschoten, maar de electrical storms zijn de moeite om te zien. Daarnaast zorgt al die regen ervoor dat watervallen breder en imposanter zijn dan normaal. Litchfield Nationaal Park zit er vol van. Watervallen die in natuurlijke baden terecht komen waar een zwemmertje mogelijk is. Enige nadeel is dat de baden gesloten zijn omwille van krokodillengevaar. Jawel, het noorden staat vooral bekend om z'n freshwater en saltwater crocs (ook wel 'freshies' en 'salties' in de volksmond) en die zitten er blijkbaar in overvloed in de rivieren. En met dat alles overstroomt kunnen ze alle kanten op. De beesjes zijn sinds '71 bij wet beschermd (dus jagen mag niet meer). De salties zijn de gevaarlijkerds, heel erg territoriaal en gekend om mensen aan te vallen. In een notedop zijn krokodillen 's werelds grootste levende reptielen en één van de oudste, onveranderd gebleven voor bijna 200 miljoen jaar.
Naast de schoonheid van de watervallen kan je in het noordelijke landschap ook heel wat termietenhopen zien, sommige tot 2m hoog. Ze zijn bovendien strategisch gebouwd om hun blootstelling aan de zon te minimaliseren en de temperatuurgevoelige termietenlijfjes te beschermen tegen de kou.

Hoofdstad Darwin, de stad waar het nooit winter wordt, diende als frontlinie tegen de Japanezen in WO II. Het is de enigste Australische stad ooit gebombardeerd. En op kerstdag 1974 raasde cycloon Tracy door de stad en liet enkel 400 van de 11 200 huizen staande. Hoewel Charles er nooit geweest is, is het toch een cultureel uitstapje geworden. We zijn er een kunstgallerij binnengestapt en met een draaierig hoofd weer buitengewandeld. Toen we de didgeridoos aan het bekijken waren, stond de verkoper erop ons een eerste pufles te geven. Want het enige wat je moet doen om geluid uit de uitgeholde boomstronk te krijgen is puffen. Simpel! De klik maken om niet te gaan blazen is echter niet zo gemakkelijk. En na heel wat blazen en puffen en aansporing was daar eindelijk, heel eventjes maar, het gekende geluid. Zalig! En om de culturele dag af te sluiten, moesten we wel de lokale specialiteit proeven: krokodil en barramundi (vis van gemiddeld 1m lang, wegend rond de 13kg en op 6-jarige leeftijd veranderen ze van mannetje in vrouwtje). Hoewel we geen levende kroks gezien hebben, zijn ze dus wel in mijn maag beland. En dat voor een veggie! Waaa! Verzacht het als ik zeg dat het een mini stukkie was?

Dé toeristische trekpleister is Kakadu, het grootste nationaal park van Australië (bijna 20 000 km² of de grootte van Israel, 1/3 van Tasmanië of bijna de helft van Zwitserland) en world heritage voor zowel z'n natuurlijke als culturele wonderen. Terecht als je weet dat er 1600 verschillende soorten planten, 275 soorten vogels, 75 soorten reptielen, 25 verschillende kikkersoorten en een geschatte 10 000 soorten insecten wonen. De culturele schat slaat dan voornamelijk op de 50 000 jaar oude rotsschilderingen (op 2 miljoen jaar oude rotsen) van de aboriginal bevolking. De 2 traditionele stammen en bezitters van het stuk land zijn de Bininj in het noorden en de Mungguy in het zuiden. Het is dé plaats om heel wat over de cultuur van de aboriginal mensen te weten te komen. Ze hebben een unieke relatie met het land waarbij hun kunst en 'dreamtime stories' een link zijn tussen geest en land. Tekeningen worden vooral in X-ray stijl gedaan, maar de daad zelf van het schilderen is belangrijker dan de tekening.

Onderweg nog een halte gedaan in Daly Waters, ozzies 1e internationale luchthaven, maar vooral bekend om zijn enige pub waarvan de wanden bedekt zijn met buitenlandse geldbiljetten, beschreven t-shirts, landbouwgereedschap, ondergoed,...al wat je maar kunt bedenken. Het claimt de oudste pub in The NT te zijn.
Momenteel zijn we in Alice Springs beland, het centrum van het centrum. Wegens autocertificaat-probleempjes zijn onze plannen om naar de oostkust te rijden in het water gevallen en zien we onszelf genoodzaakt terug te keren naar Melbourne om daar de auto te verkopen. We hopen onderweg toch nog een paar plaatsjes aan te doen die we nog niet gezien hebben, oa. Canberra. We shall see!

Ter afsluiting nog even zeggen dat de plastuit best een goede uitvinding is voor af en toe. Dankuwel BC Torhout!

Boh Boh...

maandag 8 maart 2010

Central West Coast

Na 4 weken werken bij de bloemenboer, een paar chinese woorden en heel wat kennis over lelies rijker was het tijd om Perth en de bloemen achter ons te laten. Maar ook onze vaste campingspot en gastvrije buren Pamela en Gerry. Nogmaals één van de zovele gepensioneerde koppels die hun slag slaan in de Goldfields hier en gretig naar goud zoeken (en het levert vaak nog iets op ook). Ze hebben ons 2 weken lang gezelschap gehouden, iets bijgeleerd van de Australische sterrenhemel, lekker gekookt, tri-omino's leren kennen en we hebben 4 dagen gemobile-home-sit.
Maar bij deze zijn we weer onderweg. Nog 6 weken voor we Australië achter ons laten en nog ongeveer 9000 km te rijden. In een week tijd zijn we 2200 km verder geraakt langs de Central West Coast. Hoogtepuntjes van de rit waren de Pinnacles: duizenden torentjes die uit de grond rijzen, ontstaan uit oude schelpen, in een woestijnachtig landschap. Best een vreemd zicht. Daarna de Coral Coast en Ningaloo Marine Park: beslaat 5000 km² oceaan (250 km kust) en zit vol koralen en tropische vissen. Het is Australië's grootste 'fringing reef' (dicht bij de kust en bij de oppervlakte) met meer dan 200 soorten koralen. Een mooie vervanger van the great barrier reef naar men zegt en dus ideaal om te snorkelen. Heb er veel nieuwe vissen gezien en mooi gevormde koralen. We wilden er eigenlijk gaan zwemmen met de whale shark, de grootste vis op aarde (kan tot 18 m lang worden en 13 tot 15 ton wegen), die één keer per jaar naar de coral coast komt om zich van het zooplankton te voeden. We waren helaas een maand te vroeg. Tijdens de rit de steenbokskeerkring gepasseerd en innewaarts naar Karijini National Park getrokken. Een park vol mooie diepe ravijnen en natuurlijke baden. Een ideale afkoeler in de hitte die hier heerst. Hoe noordelijker we gaan, hoe drukkender en heter het wordt.
Onze auto is nu officieel veranderd van sauna in oven. Onmenselijk heet... Zweet rolt bijna constant als tranen over je wangen. Elk plaatsje op je lichaam plakt of is nat. De zweetgeur in de auto wordt geleidelijk aan minder draaglijk. Rondom je: niets! De Pilbara-regio is een wijds, droog, dor en onvruchtbaar landschap. Zelfs de schaduw heeft weinig te bieden en ook de wind blaast warme lucht in plaats van een verfrissend briesje. In de auto heet, buiten heet, maar we worden de auto terug ingeduwd, want de nog steeds vervelende vliegen zijn terug. Ongelooflijk hoe die zo aangetrokken zijn tot neus- en oorholtes, ogen en lippen. Zijn de vliegen weg (want die verdwijnen als met een vingerknip wanneer de zon onder gaat), dan komen de muggen boven. Auto laten openstaan voor afkoeling zit er dus ook niet meer in. En of het allemaal nog niet genoeg is, heb je soms te maken met bijtende mieren. Voor je het beseft zitten de agressievelingen met 10 tegelijk op je voeten en benen. Buiten dat hebben we 1x wespen op onze auto gehad en is er midden in de nacht een dingo onze watervoorraad komen plunderen. Over beesjes gesproken zijn er verder langs de route veel loslopende koeien, geiten en schapen te zien naast de roo's en zijn de sprinkhanen hier 3x zo groot zoals wij ze thuis kennen.

Men spreekt hier ondertussen ook van de warmste en droogste zomer ooit. De rivieren en creeks staan kurkdroog, maar in tegenstelling vind je om de zoveel kilometer een bord met 'floodway'. En stuk weg vatbaar voor overstroming. En als het éénmaal zover is, kan de weg in 15 min helemaal onder staan. De tegenstellingen zijn hier dus groot. Maar dat hebben we voorlopig nog niet gezien, hoewel de weerberichten voor het noorden van showers spreken.
Nog een 1700 km te gaan en we kunnen opnieuw de grens oversteken naar Northern Territory. Het zullen vooral rijdagen worden aangezien er opnieuw veel niets zal zijn. Er zijn in Australië heel wat mooie dingen te zien, maar vooral heel wat kilometers te overbruggen voor je ze kan zien.

Sluuu!

dinsdag 9 februari 2010

Western Australia


Bijna 3 weken is het dat we in West-Australië gearriveerd zijn. Het is met z’n 2.525.500 km² de grootste staat in Australië (1/3 van Australiës landgoed) en heeft ongeveer dezelfde grootte als West-Europa, om maar een idee te geven. Een lange weg te gaan dus en dat werd duidelijk bij het doorkruisen van de Nullarbor, een dorre vlakte met een enkele highway (2700 km lang) die erdoor loopt. De Nullarbor wordt vaak gezien als een plaats die reizigers willen kruisen, gewoon om te bewijzen dat ze het kunnen. Het is normaal een mediterende rit van dagen waarbij een voorraad van liters water noodzakelijk is (water is er namelijk erg schaars). Vanaf de grens is het 725 km tot aan het eerste bewoonde dorpje. En we hadden er toen al 480 km en meer opzitten. Tijdens de rit hebben we meteen ook één van ’s werelds langste rechtlijnig stuk weg bereden (146 km lang), ook wel ‘The Ninety Mile Straight’ genaamd. In anderhalve dag hebben we dit grote stuk leegte doorkruisd en we waren best content het achter de rug te hebben. Voor je zie je een never-ending-highway met links en rechts gelige dorre steppe en af en toe een boompje die uit het niets opduikt. En achter je net hetzelfde beeld. Redelijk eentonig dus. Het was goud die dit gebied op de kaart heeft gezet in 1887! De eerste man in West-Australie bereikte land in 1616 en heette Dirk Hartog. Nog een interessant weetje tussendoor is dat de afstand van Perth (WA) naar Adelaide (SA) gelijk is aan de afstand Londen-Moskou! En goan!


Vanuit de onbewoonde wereld dus doorgetrokken naar de zuidkust (aka The Great Southern) met als hoogtepunten de mooie witte kustlijn met magische grotten, 386000 hectare woud en de hoge karri, marri en tingle bomen die tot 300 jaar oud kunnen worden. Dieter is zelfs 75m hoog gaan klimmen in één van die boompjes. Na 15m stond ik al te shaken op mijn benen en heb ik het maar gelaten voor wat het was. De Zuidelijke Oceaan gaat er bovendien over in de Indische Oceaan en overal langs de kust kan je volgens de boekjes dolfijnen spotten. Helaas hebben we er nog steeds geen gezien, zelfs nadat we om 6u opgestaan waren omdat men ons gezegd had dat we er gewoon tussen konden gaan zwemmen. Neutepeteute dus… Heel opvallend ook is dat hoewel het hier zomer is, de blaadjes van de bomen vaak ook oranje-bruin zijn en er in het bos zelf een laagje bladeren ligt alsof het herfst zou zijn. Iets vreemds aan de hand hier? We zijn dus een paar keer gaan wandelen en ook gaan klimmen door de Giant Cave, een gigantische grot die je zelf met hoofdlamp en helm op kan gaan verkennen. De grot gaat op plaatsen tot 83m diep en de wortels van de bomen kan je door het plafond zien groeien. Om het helemaal sportief te houden zijn we ook nog een namiddagje gaan kanoën. Hier haal je zelf de kano op, plaatst hem op het dak van de auto en rij je naar de rivier.


Net voor Perth, de meest afgelegen hoofdstad ter wereld (populatie 1,5 mln – totale populatie WA 2 mln) vind je Fremantle en Rottnest Island. Rottnest Island kon je 7000 jaar geleden nog aan het vasteland vinden. De naam is afkomstig van ontdekker William de Vlamingh die in 1696 de aanwezige dieren zag voor ratten en het zo dus rattennest naamde. Maar deze zogezegde ratten zijn eigenlijk quokka’s die met z’n 12000 nog steeds overal op het eiland vertegenwoordigd zijn. Ze lijken inderdaad een beetje op ratten, maar huppelen als kangoeroes en kunnen overleven zonder drinkwater. Ze halen hun vocht van planten. Verder zijn er geen auto’s op het eiland te vinden, dus hebben we er een fiets gehuurd en het eiland rondgereden (11km lang, 4.5km breed). Er zouden meer dan 135 tropische vissen in z’n omgeven wateren rondzwemmen en 20 soorten koraal. Ideaal om te snorkelen dus. Helaas niet veel gezien buiten kleine kwallen die mijn arm attackeerden en hun tentakels op mijn arm tatoeëerden. Fremantle (of Freo in de volksmond) is een havenstad met vele 19e eeuwse bewaarde gebouwen. Het was eerst de grootste stad van WA waar in vroegere dagen veel migranten voet aan land zetten, waardoor het nu nog steeds een stadje met een multiculterele sfeer is. We zijn er gebleven om Australia Day te vieren. Op 26 januari wordt hier de nationale feestdag gehouden en van dagen voordien zie je overal auto’s rondrijden met vlaggen uit het raam. Iedereen die hier was, zou geweten hebben dat het feestdag was! Ze zijn best trots op hun land. De Aboriginals daarentegen zijn, naar zeggen, een beetje anti-australia day. Terecht misschien?!


Vanuit Fremantle zijn we dan in Perth terecht gekomen. De stad met z’n eigen strand speciaal voor honden (waarvan er onlangs één aangevallen is door een haai). Veel kan ik je helaas nog niet vertellen over Perth. Ons doel was om hier een job te vinden. En zo zijn we in de bloemenindustrie beland op een paar kilometer van Perth. We zijn ondertussen al meer dan een week aan het werk bij de lokale bloemenboer, die ¼ Italiaan is. Niet wetende wat ons precies te wachten stond zijn we er de eerste dag ingevlogen en met rug-en spierpijn in ons bed (of ook wel auto) gekropen. Bloembollen planten, bloembollen uit kratten halen, spoelen, stapelen, terug inpakken,… Tis vooral veel sleur- en kniewerk bij betrokken. En met sleurwerk is het ook bedoeld als sleurwerk om op te staan, want om 5.30u moeten we paraat staan om te beginnen. Hoe dan ook, tis een ervaring en het brengt weer wat centjes binnen om verder te gaan. Nog een paar daagjes te gaan en dan is het zoeken naar iets anders voor wellicht nog een 2-tal weken, waarna we verder noord willen reizen, richting Darwin. Maar dat is nog welgeteld 4040 km van hier.


Et voila, hoop dat jullie weer genoten hebben van de up-to-date van the aussie adventures. Take care and smile!

woensdag 13 januari 2010

Great Ocean Road and South Australia

Ondertussen zijn we al 4 weken de trotse bezitters van één witte Ford Falcon die huis en thuis zal zijn voor de komende 4 maanden. Toegegeven, de matras in de koffer slaapt zo slecht nog niet, de gordijntjes houden het zonlicht wat buiten (hoewel het binnen bloedheet kan worden) en de picnic parkjes onderweg geven ons free BBQ’s om onze maaltijden te kunnen bereiden. Verder is de auto nog uitgerust met kampeerstoelen en –tafel, kookgerei, tent en nog heel wat bruikbare spulletjes. Zo hebben we de laatste week van december Melbourne achter ons gelaten en zijn we langs de Great Ocean Road gaan cruisen, ook wel the Great Bitumen Sea Snake genaamd omwille van de vele bochten en kronkels (meer dan een kurkentrekker heeft, zo zegt men). In Cape Otway mochten we onze eerste wilde koala’s gadeslaan die schoon in hun eucalyptusbomen aan het eten, klimmen, slapen of gewoon aan het hangen waren. Toffe ervaring om ze zomaar in het wild te zien. Nog een speciale ervaring was het zien van ‘glowworms’, een soort larven die ’s nachts blauw oplichten en tussen de varens in het woud een heus lichtspektakel veroorzaken, als sterretjes aan de hemel! Mooi! Op de terugweg van die nachtelijke ontdekking een minder aardige ontdekking gedaan, namelijk onze autolichten die het plots begaven en dan even terug aansprongen om dan weer terug uit te gaan. Geen mooi vooruitzicht als je plots in het pekdonker zonder lichten rijdt (want in tegenstelling tot België zijn de straatlichten hier weinig tot nihil). Wij konden geen beesten zien die de baan durven opspringen, auto’s konden ons niet zien,… Gelukkig weer aangesprongen en verder kunnen rijden, maar vanaf dan wisten we dat we niet al te veel nachtelijke ritjes zouden moeten maken.

Langs de Great Ocean Road verder nog een stop gemaakt om de Otway Fly Tree Top Walk te doen. Een metalen constructie van 600m lang en 25m hoog waardoor je tussen de kruinen van sommige van de grootste bomen van Australië (Myrtle Beech, Blackwood, Mountain Ash) kon wandelen. Om het helemaal hoog te maken was er nog een 45m hoge uitzichtstoren. Dé toeristische trekpleister blijft wel ‘the twelve apostles’! Dit zijn grote rotsen die in de oceaan staan en ontstaan door constante erosie van de kalksteenkliffen (begin 10-20mln jaar geleden). De erosie vormt grotten in de kliffen die uiteindelijk bogen worden. Wanneer die invallen blijven rotsen als the twelve apostles over die tot 45m hoog kunnen worden.

Op kerstavond dan onze eerste wilde emoes ontmoet die mij vanachteren beslopen. Best grote beesten. Was er niet bepaald heel happig op toen ze plots dicht bij me stonden. Onze laatste halte in Victoria state was Cape Nelson, waar de zee wel sneeuw leek. Cape Nelson vuurtoren is op een klif gelegen, waartegen de golven met zo’n grote kracht aanbotsen, dat de lager en in zee gelegen rotsen soms gewoon niet meer zichtbaar waren. De kracht van water…

Op kerstdag zijn we dan de staatsgrens overgestoken en in South Australia terecht gekomen. Aan de grens al ons fruit en resten gedumpt in de speciaal voorziene ‘bin’, want op transporteren van fruit, groenten,…over staatsgrenzen heen, staan hier zware boetes! Dit alles om de fruit fly te vermijden, maar mijns inziens mogen ze eerst eens iets aan de gewone vliegen doen, want dat zijn pas echte lastpakken!

South Australia, met Adelaide als hoofdstad waar bovendien 80% van de populatie woont (algemene populatie SA is 1,6 mln), heeft een oppervlakte van 1.043514 km². Ruwweg te vergelijken met bijna 2x Frankrijk of 34x België. De meeste landbouwgebieden zijn in het zuiden gelegen. Hoe verder noord en west, hoe droger het terrein wordt. The Outback (woestijn) neemt daarbij 75% van het staatsgebied in beslag. Verder is er ook een aanzienlijk deel ‘aboriginal land’ te vinden. Eerste halte in de staat was Mount Gambier, befaamd om z’n blue lake. Een kratermeer met een diepblauwe kleur die verandert met de seizoenen (tot saffierkleur in de zomer). Maar niemand die weet waar de kleur vandaan komt. Voor mij was Mount Schank spectaculairder. Een uitgestorven vulkaan met een enorme krater die je helemaal in kon wandelen. In Victor Harbor zijn we tegen de avond de brug overgestoken naar Granite Island om little penguins te spotten. Elke avond als het donker wordt, keren de klein mannekes met volle buikjes terug van zee om op het eiland uit te rusten en te slapen. Tijdens het wachten kwam een zeeleeuw ons nog begroeten en zagen we ook possums zichzelf een weg door de planten knabbelen. Uiteindelijk hebben we ook een 6-tal pinguïns de rotsen zien opspringen en de weg overhuppelen. Echt supersjiek om zomaar wilde beesjes van zo dichtbij te zien!

In Adelaide aangekomen, waren de free camping spots gering en waren we genoodzaakt ergens in een suburb aan het station bij een tennisveldje te parkeren en overnachten (voor 2 dagen, alvorens in een hostel te gaan). Eerste nacht alles goed, tweede nacht kregen we ’s avonds laat onverwachts bezoek…la police! Die kwamen even een kijkje nemen of er nog niemand dood lag in de auto, maar maakten verder geen enkel probleem van onze campeerspot (hoewel we de dag erop toch gecheckt werden of we wel degelijk vertrokken). Twee nachten op dezelfde plaats is dan toch geen goed idee, je wordt namelijk gezien! Rond Adelaide zijn de populaire wijnregio’s van McLaren Vale (met 76 open deuren om te proeven) en Barossa (met z’n rijke Europese geschiedenis) te vinden. Meer dan 160 jaar geleden was de Barossa opgericht door een Europese gemeenschap, waardoor je nu nog heel wat Duitse dorpjes vindt. Tijdens het rijden werd de weg plots een ferry die we op moesten om de 2530 km lange Murray River over te steken om dan terug weg te worden. Een gratis 24u dienstverlening van de overheid!

Adelaide zouden we achterlaten om naar de Flinders Ranges en de Outback te trekken, maar dat was buiten onze autoprobleempjes gerekend. In Adelaide zelf nog gezien dat onze koelvloeistof weg was, wat opnieuw bijgedaan, maar nog maar net buiten de stad begon de auto tegendraads te doen tot hij plots helemaal niet meer wou en het even midden op de autostrade begaf. De vloeistof lekte eruit! Onderweg nog een garage gespot, dus in achteruit op de highway om zo te kunnen oversteken (jawel, dat kan hier, achteruitrijden echter niet). Als klap op de vuurpijl nog de afstand van een paaltje verkeerd ingeschat en *bam* daar bengelde onze zijspiegel. Pech, hoewel ik het dat moment nog best grappig vond. Na 3 verschillende garages bezocht te hebben en een 5-tal dagen vastgezeten te hebben, zijn de problemen inmiddels gelukkig weer opgelost en konden we verder naar Flinders Ranges. Flinders Ranges is een beetje de toegangspoort tot de Outback, met lange wegen door ‘niets-landschap’. Maar het is wel een van Australië’s rijkste gebieden aan Aboriginal erfgoed en cultuur. Je vindt er verschillende grotschilderingen. Naast dit leven er ook yellow-footed rock wallabies met hun mooi gestreepte staarten. In het Nationaal Park zijn we een kijkje gaan nemen naar het natuurlijke amfitheater van Wilpena Pound (8 bij 17 km groot) waarvoor we eerst een steile 2u durende klim moesten maken. Voor de rest was me dat even schrikken toen ik op een bankje met mijn knie in een spinnenweb zat en na een kijkje zag dat het het web van de redback spider was, één van de dodelijkste spinnen van Australië.

Tot slot hebben we besloten de Outback niet helemaal in te trekken, maar verder te reizen naar West-Australië. De laatste dagen waren de dagtemperaturen hier gestegen tot 45°, waardoor in 10 van de 15 districts in South-Australia een Total fire ban heerste, uit angst voor bosbranden. Op dit moment is het wat ‘frisser’, maar blijven we toch zweten met 35°!

Ik hoop dat jullie ondertussen de nieuwjaarskater reeds verwerkt hebben en fris en monter van de sneeuw aan het genieten zijn!