zondag 25 april 2010

This was Australia...

… and this is Nieuw-Zeeland! Final Destination… Dag 350…



De eindmeet komt dichterbij en na 4,5 maand was het tijd om Australië achter mij te laten. Wat het ook is, Australië laat hoe dan ook een indruk na. Al is het maar toen ik op het vliegtuig zat ik alle lichtjes de verkeerde kant van de weg zag rijden. Omgekeerde wereld, zo zou ik Oz wel kunnen noemen. Maar vooral één met enorme contrasten! Met z’n 7 miljoen km² en een kustlijn van 25.800 km lang (en ongeveer 7000 stranden) kan je niet ontkennen dat het een reusachtig groot eiland is. En met een populatiedensiteit van 2.5 koppen per km² (één van de laagste in de wereld) is er dan ook veel niets, niets en nog eens niets. Je kan kiiiilomeeeters rijden zonder een ziel te bespeuren. En na lange tijd in de ouback of woestijn is er dan plots weer beschaving die zich logischerwijze langs de kustlijn bevindt. Het is echter moeilijk te vatten hoe groot het wel is als je er niet even rondgereden hebt. Heb er alvast van heel wat kunnen proeven: afstanden, hitte, beesterij, tegenstellingen, wijd open lucht, eindeloze sterrenhemels, vreemde landschappen en wezens, genoeg groen, geel en rood,…



Aangekomen in Sydney was het voor mij meteen weer big city en vooral lekker europees eten. Maar helaas was dat niet voor gans Australië het geval. Hoewel mijne travelmate het eten ronduit slecht vond, moet ik toegeven dat het toch beter was dan dagelijks rijst met bonen. En vreemd genoeg begon ik dat soms wel te missen. Ondertussen kan ik geen rijst meer zien! Maar om eerlijk te zijn, mogen we tevreden zijn met onze Belgische cuisine. En hoe zit dat eigenlijk met brood? Het ziet ernaar uit dat vers brood enkel in België en Frankrijk te verkrijgen is!? Brood zal me binnenkort wellicht erg smaken… Hoe dan ook, Sydney blijft voor mij wel een toffe stad. Je hebt er het water, genoeg park, een levendige sfeer en mooie bouwwerken. Mijn eerste reactie kan ik beetje vergelijken met New York, maar dan eigenlijk helemaal anders, begrijpen jullie?!



Na Sydney de tasmaanse zee overgestoken naar Tasmanië, voor mij toch één van mijn ozzie hoogtepunten. Ook al is het een deel van Australië, het is voor mij een wereld apart. Meteen wel koud en regen, maar vooral prachtige natuur. Je kan er wellicht gewoon het eiland rondwandelen op ‘walking tracks’. Maar het was er ook de eerste in levende lijve ontmoeting met de wombatjes, echidnas en kangoeroes.



In Victoria, de kleinste staat, zijn we bezitters geworden van ons auto-huis. Melbourne is een beetje artiestenstad met een zeer gemoedelijke sfeer en kleine straatjes om door te slenteren. De grootste troef van de stad blijft Federation Square waar altijd wel wat te beleven valt en eveneens dé plaats om mensen te kijken. Tenslotte hebben we er ook de veggie fastfood burgers en frietjes ontdekt! Na Melbourne zijn we langs de Great Ocean Road gaan toeren, waar naast de mooie uitzichten vooral het zien van de glowworms me bijgebleven is.



De little pinguins waren dan weer het hoogtepunt van South-Australia. Verder heb ik ontdekt dat de maan hier echt een gezicht heeft. Adelaide, hoofdstad van de staat vond ik niet echt de moeite, ondanks dat het wel de wijnstreek bij uitstek blijft. (Weetje: Oz is land dat vooral in wijnexport doet met 793 miljoen liter per jaar). We hebben in SA ook ons eerste contact met de de police Down Under gehad en er meteen ook de heetste dagen (45°) overleefd. Het was echter ook de eerste keer autopech. Voor de rest zijn er ook heel wat overzetbootjes over de Murray rivier, konden we kennis maken met de Redback Spider en de Yellowfooted Rock Wallabies en waren de vliegen er werkelijk op hun ambetantst!



Vanuit SA zijn we dan de grens met West-Australië overgestoken, de staat die aanvankelijk New Holland werd genoemd en duidelijk te zien is aan de straatnamen. Zonder meer de grootste staat en de langste afstanden te overbruggen, te beginnen met de Nullarbor. Daardoor is het wel ideaal om roadtrains te zien. Kortom een staat met veel niets en heel veel droogte. Je moet weten dat Australië één van de droogste continenten in de wereld is. Dat zie je aan steden en dorpen die geen puur drinkwater ter beschikking hebben of er erg zuinig mee om moeten gaan. In bijna gans het land zijn ze momenteel bezig met waterbesparingen. Onderweg naar Perth rij je langs valleys of giants waar de grootste bomen zich bevinden. Op Rottnest Island was het de plek om quokka’s te zien en te snorkelen. Het was bovendien ook de tijd van werken bij de bloemenboer, waarbij onze camping een maand echt huis en thuis geweest is met veel aangename ontmoetingen. We zijn er ook een paar woordjes rijker geworden in het Iers, Chinees, Gaelisch, Australisch en Brits en op sterrengebied kunnen we ook al een paar dingen herkennen in de zuiderse hemel. Daarnaast opnieuw car-troubles en waren het dit keer voornamelijk mieren die zich van hun vervelende kant lieten zien.



Zo dan weer het westen achter ons gelaten en in Northern Territory terecht gekomen met als kenmerken: Aboriginals, rotsschilderingen, grote luchtvochtigheid, reuzesprinkhanen, watervallen,… Sinds lang was het opnieuw regen geblazen die het dorre, gele landschap omtoverde in mooi groen en stromende rivieren. Echter ook overstroomde wegen en muggen. Het noorden staat daarnaast ook vooral bekend om z’n krokodillen, waarvan een stukje in m’n maag beland is, en grote termietenhopen. En ik heb er voor het eerst heel even geluid uit een didgeridoo gekregen, okei! De reden waarom velen in het noorden belanden is ongetwijfelfd Uluru. Die hoop zand heeft iets en doet iets met je, al weet geen mens wat het is. Afgesloten met de opaalmijnen en het ondergrondse leven in Coober Pedy.



Na Sydney dan opnieuw in New South Wales terecht gekomen en een mislukte poging ondernomen om de Blue Mountains te zien. De herfst was namelijk in het land. De skioorden in de Snowy Mountains waren dan wel weer een succes. En Canberra is musea en geschiedenis alom!



En zo was de cirkel rond en de kilometerteller weer 25.000 km rijker. Eerlijk, na 4 maanden in een auto leven, had ik er even helemaal genoeg van. De rug verbetert er niet echt op, het is steeds weer zoeken naar warme douches, in de auto zelf snikheet met als gevolg stank, koken in het donker is ook niet altijd fijn en hetzelfde geldt voor steeds dezelfde goedkope maaltijden. Bovendien zijn we ook goed geworden in het stelen van water. Dringend tijd dus om verder te gaan en opnieuw de zee over te steken.



Om af te sluiten waren de erg goeie dingen in Australië zeker de gratis openbare toiletten die je overal vind (behalve in de bush natuurlijk), alsook de bbq’s (ook wel barbies genoemd, want afkortingen kennen ze hier wel). Zondagen zijn meestal leeg en is er weinig te doen. Wellicht zitten de meesten dan thuis een potje cricket te kijken of Australian Rules Football. Iedereen is altijd wel in één of andere uitgelaten sfeer. Kerst, Pasen,…de muts gaat op ’t hoofd! En het is hét land van de koopjes en solden! Iedereen is hier verder ook mate, love, darling, dollface,… Helaas kan je niet hierheen komen zonder insectenbestrijders en een zalf tegen vliegen zou hier ook geen slechte uitvinding zijn. Vergeet alvast ook je zonnecrème niet om UV16 tegen te gaan (wist niet eens dat de UV-index zo hoog kon gaan). Maar het allerbeste blijft voor mij toch de beesjes. Overal kan je ze in het wild zien rondlopen. Omdat het land 45 miljoen jaar geïsoleerd geweest is van andere continenten, heb je nu éénmaal aliën dieren die huppen en bomen die hun huid ipv hun bladeren verliezen. Maar dat maakt voor mij het land down under uniek. En weet je waarom die kangoeroes huppen? Omdat het nu gewoonweg de eenvoudigste manier is om ergens te geraken op medium speed. Interessante wildlife hier, dat wel, van huppende energetische roos tot luie koala’s die slapen omdat ze eigenlijk constant met een kater zitten van die eucalyptusbladeren. Klinkt bekend? Slangen gezien, spinnen ook, check! Het zijn echter de vliegen die zouden zorgen dat je helemaal gek wordt.



Dit was dus Australië en op dit moment ben ik reeds een week in Nieuw-Zeeland, het land van de kiwi’s (aka de mensen, het fruit, de vogel) en de vreemde taal (allrightio, cheerio,…). Maar ik kan nu al zeggen dat het hier adembenemend is! Helderblauwe meren, grijzen rivieren, bergen met sneeuwtoppen en vooral veel schapen (4 miljoen mensen, 40 miljoen schapen). De Lord of the Rings-landschapen zijn hier echt écht! Aangekomen in Christchurch (zuid-eiland) meteen 3 nachten in de gevangenis doorgebracht. ’t Is te zeggen, de vroegere gevangenis tot hostel omgedoopt, maar nog steeds reëel. Maar meer voor de volgende keer…



KIA ORA!

vrijdag 9 april 2010

Down Up and Under

Halloooo luitjes,

nog vlug even een korte schets van de afgelopen weken ergens tussen noord, oost en zuid (we zijn weer alle kanten opgereden). Waar waren we gebleven? Alice Springs, me dunkt. ’t Centrum van Oz snel achter ons gelaten om eerst de West Macdonnell Ranges te verkennen en zo door te rijden naar hét icoon van Australië, namelijk Uluru of ook gekend als Ayers Rock. West Macs voornamelijk gigantische ravijnen met mooie uitzichten op een eindeloze horizon. Het zou het resultaat moeten zijn van 60 miljoen jaar werkende rivierkrachten van een rivier die eigenlijk nauwelijks stroomt. Vreemd jawel, zoals er hier wel meerdere dingen zijn.

Uluru was opnieuw een cultureel hoogstandje. We dachten eerst gewoon een hoop zand te zien, té overschat door de horden toeristen, maar onze ranger-gids heeft onze visie wel degelijk bijgeschaafd. Hoewel het effectief een hoop samengeperst zand is, zit er heel wat meer achter de enorme massa in de anders lege woestijn. Naast de verandering van kleur die inderdaad plaats vindt bij zonsondergang is de steen ook dé bron van leven in de omgeving. En wat is nu de bron van alle leven? Water, correct! Check! De steen bevat gewoon water en daar leven de beesjes en mensjes van. Buiten dat is de originele kleur van Uluru eigenlijk blauw-grijs (zou je niet zeggen als je ‘m ziet), staat ie er al 360 miljoen jaar (of meer?) en konden de aardbewoners dien tijde op de top lopen die toen eigenlijk gewoon de grond was. Afin, dan zeg ik nog niets over de betekenis voor de Aboriginals daar. Voor meer info, ge zult moeten wachten tot ik thuis ben (of voor de rappere is er ook nog onze vriend google). Na Uluru ook z’n zus Mount Olga gaan bezoeken met dit verschil dat Olga nen hoop samengeperste stenen en rotsen zijn en 200m hoger dan broer Uluru.

Van daar dan verder de woestijn ingetrokken (en als ik zeg eindeloos, dan bedoel ik ook echt eindeloos hier) en halt gehouden in Coober Pedy, de opaalhoofdstad van Australië of zelfs misschien van de wereld. Je komt geleidelijk aan dichterbij gereden en ziet plots overal om je heen hoopjes zand opduiken. Veel mensen zijn er destijds heen gegaan om de vondst van hun leven te doen en je kan nog steeds op sommige plaatsen zelf gaan graven of gewoon een stuk grond kopen op hoop van zegen. Maar niet alleen dat, je zit er midden in de woestijn, snikheet (tot 50°) en waar leven de mensen…ondergronds! Zelf hebben we er een ondergrondse kampeerervaring bij. ’t Is ne keer iets anders dan anders. En we zijn er ook dichtbij de maan gekomen. Allé ’t is te zeggen, het landschap daar gelijkt als 2 druppels water op het maanlandschap.

Okei, Uluru in het noorden, Coober Pedy was dan weer bovenaan South-Australia en vandaar moesten we naar het oosten, op naar de Blue Mountains. Van vlakke droge woestijn zaten we twee dagen later plots in koele bergen. Op de koop toe kregen we na bijna 4 maanden droogte meteen ook hele vlagen regen over onze kop. Om maar van ’t ene uiterste in het andere te vliegen… Van vliegen gesproken, die waren er met dat weer dan wel niet meer, nog dat voordeel. De Blue Mountains beloofden mooi te worden, maar de regen was ons echter niet echt welgezind. Dolblij als kleine kindjes toen we die eerste regen en langverwachte verfrissing voelden, was het echter van korte duur. Omdat we zo hoog in de bergen zaten, zaten we in de wolken met als gevolg mist en geen mooie uitzichten, alleen wit voor je neus. En zo hebben we van de hele bergstreek nada, noppes, nietmendal gezien. Uitgezonderd ne waterval dan. Een mens rijdt daarvoor dan speciaal helemaal terug naar Sydney of anders gezegd een ritje van 1500km. Dus zat er niets anders op dan maar meteen door te rijden naar de volgende bestemming namelijk hoofdstad Canberra! De stad met genoeg musea en bezienswaardigheden om twee weken te vullen. Wij hadden twee dagen, dus ’t was vlug vlug van ’t ene interessante naar ’t andere huppen. Canberra is samengevat gewoon één groot abstract verhalenboek van Australië. En om af te sluiten zijn we terug naar het zuiden gereden met als laatste tussenstop de Snowy Mountains en Mount Kosciusko (kan je het uitspreken?) National Park. Met zekerheid hét skioord van Down Under. Hele kleine dorpjes tussen grote steile bergflanken wachtend op de eerste sneeuwzoekers! Tot zover nog geen sneeuw, maar goed om opnieuw de wandelshoes aan te trekken.

En zo is de cirkel rond en zijn we weer in Melbourne, hopend dat de auto vlug verkocht geraakt en wij de vliegmachien opkunnen naar Nieuw Zeeland. Ondertussen is de zon zich hier geleidelijk aan achter de wolken aan het schuilhouden, terwijl ze bij jullie hopelijk haar koppie laat zien.

Nog een zalig paaskeun en hou alvast nog een eitje over voor me, okei?!

No worries!