...of the Northern Territory...of voor mij de groene staat met de vele rondfladderende vlinders. We hebben het noorden bereikt! Deze outback heeft een populatie van 200 000 man waarvan 30% aboriginals die nog steeds de helft van het staatsgebied bezitten. De lokale bevolking krijgen de bijnaam 'Territorians, Top Enders of Centraliens'. 80% van het land wordt gekenmerkt door een tropisch klimaat. 't Is hier dus ofwel warm en nat (waar we nu nog een laatste maand in vertoeven) ofwel warm en droog. Aboriginals zien echter 6 seizoenen afhankelijk van het leven van planten en dieren.
Van zodra we het Westen achter ons gelaten hadden, kregen we 10 min later al meteen 5 druppels regen over ons heen. Dat we in het natte seizoen zijn, zorgt dat alles hier mooi groen is, de beekjes en rivieren weer gevuld zijn en af en toe een aangename lichte afkoelende regenbui, maar het gevolg is dat er wel weer overstromingsgevaar is. De luchtvochtigheid is bovendien ook de hoogte inschoten, maar de electrical storms zijn de moeite om te zien. Daarnaast zorgt al die regen ervoor dat watervallen breder en imposanter zijn dan normaal. Litchfield Nationaal Park zit er vol van. Watervallen die in natuurlijke baden terecht komen waar een zwemmertje mogelijk is. Enige nadeel is dat de baden gesloten zijn omwille van krokodillengevaar. Jawel, het noorden staat vooral bekend om z'n freshwater en saltwater crocs (ook wel 'freshies' en 'salties' in de volksmond) en die zitten er blijkbaar in overvloed in de rivieren. En met dat alles overstroomt kunnen ze alle kanten op. De beesjes zijn sinds '71 bij wet beschermd (dus jagen mag niet meer). De salties zijn de gevaarlijkerds, heel erg territoriaal en gekend om mensen aan te vallen. In een notedop zijn krokodillen 's werelds grootste levende reptielen en één van de oudste, onveranderd gebleven voor bijna 200 miljoen jaar.
Naast de schoonheid van de watervallen kan je in het noordelijke landschap ook heel wat termietenhopen zien, sommige tot 2m hoog. Ze zijn bovendien strategisch gebouwd om hun blootstelling aan de zon te minimaliseren en de temperatuurgevoelige termietenlijfjes te beschermen tegen de kou.
Hoofdstad Darwin, de stad waar het nooit winter wordt, diende als frontlinie tegen de Japanezen in WO II. Het is de enigste Australische stad ooit gebombardeerd. En op kerstdag 1974 raasde cycloon Tracy door de stad en liet enkel 400 van de 11 200 huizen staande. Hoewel Charles er nooit geweest is, is het toch een cultureel uitstapje geworden. We zijn er een kunstgallerij binnengestapt en met een draaierig hoofd weer buitengewandeld. Toen we de didgeridoos aan het bekijken waren, stond de verkoper erop ons een eerste pufles te geven. Want het enige wat je moet doen om geluid uit de uitgeholde boomstronk te krijgen is puffen. Simpel! De klik maken om niet te gaan blazen is echter niet zo gemakkelijk. En na heel wat blazen en puffen en aansporing was daar eindelijk, heel eventjes maar, het gekende geluid. Zalig! En om de culturele dag af te sluiten, moesten we wel de lokale specialiteit proeven: krokodil en barramundi (vis van gemiddeld 1m lang, wegend rond de 13kg en op 6-jarige leeftijd veranderen ze van mannetje in vrouwtje). Hoewel we geen levende kroks gezien hebben, zijn ze dus wel in mijn maag beland. En dat voor een veggie! Waaa! Verzacht het als ik zeg dat het een mini stukkie was?
Dé toeristische trekpleister is Kakadu, het grootste nationaal park van Australië (bijna 20 000 km² of de grootte van Israel, 1/3 van Tasmanië of bijna de helft van Zwitserland) en world heritage voor zowel z'n natuurlijke als culturele wonderen. Terecht als je weet dat er 1600 verschillende soorten planten, 275 soorten vogels, 75 soorten reptielen, 25 verschillende kikkersoorten en een geschatte 10 000 soorten insecten wonen. De culturele schat slaat dan voornamelijk op de 50 000 jaar oude rotsschilderingen (op 2 miljoen jaar oude rotsen) van de aboriginal bevolking. De 2 traditionele stammen en bezitters van het stuk land zijn de Bininj in het noorden en de Mungguy in het zuiden. Het is dé plaats om heel wat over de cultuur van de aboriginal mensen te weten te komen. Ze hebben een unieke relatie met het land waarbij hun kunst en 'dreamtime stories' een link zijn tussen geest en land. Tekeningen worden vooral in X-ray stijl gedaan, maar de daad zelf van het schilderen is belangrijker dan de tekening.
Onderweg nog een halte gedaan in Daly Waters, ozzies 1e internationale luchthaven, maar vooral bekend om zijn enige pub waarvan de wanden bedekt zijn met buitenlandse geldbiljetten, beschreven t-shirts, landbouwgereedschap, ondergoed,...al wat je maar kunt bedenken. Het claimt de oudste pub in The NT te zijn.
Momenteel zijn we in Alice Springs beland, het centrum van het centrum. Wegens autocertificaat-probleempjes zijn onze plannen om naar de oostkust te rijden in het water gevallen en zien we onszelf genoodzaakt terug te keren naar Melbourne om daar de auto te verkopen. We hopen onderweg toch nog een paar plaatsjes aan te doen die we nog niet gezien hebben, oa. Canberra. We shall see!
Ter afsluiting nog even zeggen dat de plastuit best een goede uitvinding is voor af en toe. Dankuwel BC Torhout!
Boh Boh...
zaterdag 20 maart 2010
maandag 8 maart 2010
Central West Coast
Na 4 weken werken bij de bloemenboer, een paar chinese woorden en heel wat kennis over lelies rijker was het tijd om Perth en de bloemen achter ons te laten. Maar ook onze vaste campingspot en gastvrije buren Pamela en Gerry. Nogmaals één van de zovele gepensioneerde koppels die hun slag slaan in de Goldfields hier en gretig naar goud zoeken (en het levert vaak nog iets op ook). Ze hebben ons 2 weken lang gezelschap gehouden, iets bijgeleerd van de Australische sterrenhemel, lekker gekookt, tri-omino's leren kennen en we hebben 4 dagen gemobile-home-sit.
Maar bij deze zijn we weer onderweg. Nog 6 weken voor we Australië achter ons laten en nog ongeveer 9000 km te rijden. In een week tijd zijn we 2200 km verder geraakt langs de Central West Coast. Hoogtepuntjes van de rit waren de Pinnacles: duizenden torentjes die uit de grond rijzen, ontstaan uit oude schelpen, in een woestijnachtig landschap. Best een vreemd zicht. Daarna de Coral Coast en Ningaloo Marine Park: beslaat 5000 km² oceaan (250 km kust) en zit vol koralen en tropische vissen. Het is Australië's grootste 'fringing reef' (dicht bij de kust en bij de oppervlakte) met meer dan 200 soorten koralen. Een mooie vervanger van the great barrier reef naar men zegt en dus ideaal om te snorkelen. Heb er veel nieuwe vissen gezien en mooi gevormde koralen. We wilden er eigenlijk gaan zwemmen met de whale shark, de grootste vis op aarde (kan tot 18 m lang worden en 13 tot 15 ton wegen), die één keer per jaar naar de coral coast komt om zich van het zooplankton te voeden. We waren helaas een maand te vroeg. Tijdens de rit de steenbokskeerkring gepasseerd en innewaarts naar Karijini National Park getrokken. Een park vol mooie diepe ravijnen en natuurlijke baden. Een ideale afkoeler in de hitte die hier heerst. Hoe noordelijker we gaan, hoe drukkender en heter het wordt.
Onze auto is nu officieel veranderd van sauna in oven. Onmenselijk heet... Zweet rolt bijna constant als tranen over je wangen. Elk plaatsje op je lichaam plakt of is nat. De zweetgeur in de auto wordt geleidelijk aan minder draaglijk. Rondom je: niets! De Pilbara-regio is een wijds, droog, dor en onvruchtbaar landschap. Zelfs de schaduw heeft weinig te bieden en ook de wind blaast warme lucht in plaats van een verfrissend briesje. In de auto heet, buiten heet, maar we worden de auto terug ingeduwd, want de nog steeds vervelende vliegen zijn terug. Ongelooflijk hoe die zo aangetrokken zijn tot neus- en oorholtes, ogen en lippen. Zijn de vliegen weg (want die verdwijnen als met een vingerknip wanneer de zon onder gaat), dan komen de muggen boven. Auto laten openstaan voor afkoeling zit er dus ook niet meer in. En of het allemaal nog niet genoeg is, heb je soms te maken met bijtende mieren. Voor je het beseft zitten de agressievelingen met 10 tegelijk op je voeten en benen. Buiten dat hebben we 1x wespen op onze auto gehad en is er midden in de nacht een dingo onze watervoorraad komen plunderen. Over beesjes gesproken zijn er verder langs de route veel loslopende koeien, geiten en schapen te zien naast de roo's en zijn de sprinkhanen hier 3x zo groot zoals wij ze thuis kennen.
Men spreekt hier ondertussen ook van de warmste en droogste zomer ooit. De rivieren en creeks staan kurkdroog, maar in tegenstelling vind je om de zoveel kilometer een bord met 'floodway'. En stuk weg vatbaar voor overstroming. En als het éénmaal zover is, kan de weg in 15 min helemaal onder staan. De tegenstellingen zijn hier dus groot. Maar dat hebben we voorlopig nog niet gezien, hoewel de weerberichten voor het noorden van showers spreken.
Nog een 1700 km te gaan en we kunnen opnieuw de grens oversteken naar Northern Territory. Het zullen vooral rijdagen worden aangezien er opnieuw veel niets zal zijn. Er zijn in Australië heel wat mooie dingen te zien, maar vooral heel wat kilometers te overbruggen voor je ze kan zien.
Sluuu!
Maar bij deze zijn we weer onderweg. Nog 6 weken voor we Australië achter ons laten en nog ongeveer 9000 km te rijden. In een week tijd zijn we 2200 km verder geraakt langs de Central West Coast. Hoogtepuntjes van de rit waren de Pinnacles: duizenden torentjes die uit de grond rijzen, ontstaan uit oude schelpen, in een woestijnachtig landschap. Best een vreemd zicht. Daarna de Coral Coast en Ningaloo Marine Park: beslaat 5000 km² oceaan (250 km kust) en zit vol koralen en tropische vissen. Het is Australië's grootste 'fringing reef' (dicht bij de kust en bij de oppervlakte) met meer dan 200 soorten koralen. Een mooie vervanger van the great barrier reef naar men zegt en dus ideaal om te snorkelen. Heb er veel nieuwe vissen gezien en mooi gevormde koralen. We wilden er eigenlijk gaan zwemmen met de whale shark, de grootste vis op aarde (kan tot 18 m lang worden en 13 tot 15 ton wegen), die één keer per jaar naar de coral coast komt om zich van het zooplankton te voeden. We waren helaas een maand te vroeg. Tijdens de rit de steenbokskeerkring gepasseerd en innewaarts naar Karijini National Park getrokken. Een park vol mooie diepe ravijnen en natuurlijke baden. Een ideale afkoeler in de hitte die hier heerst. Hoe noordelijker we gaan, hoe drukkender en heter het wordt.
Onze auto is nu officieel veranderd van sauna in oven. Onmenselijk heet... Zweet rolt bijna constant als tranen over je wangen. Elk plaatsje op je lichaam plakt of is nat. De zweetgeur in de auto wordt geleidelijk aan minder draaglijk. Rondom je: niets! De Pilbara-regio is een wijds, droog, dor en onvruchtbaar landschap. Zelfs de schaduw heeft weinig te bieden en ook de wind blaast warme lucht in plaats van een verfrissend briesje. In de auto heet, buiten heet, maar we worden de auto terug ingeduwd, want de nog steeds vervelende vliegen zijn terug. Ongelooflijk hoe die zo aangetrokken zijn tot neus- en oorholtes, ogen en lippen. Zijn de vliegen weg (want die verdwijnen als met een vingerknip wanneer de zon onder gaat), dan komen de muggen boven. Auto laten openstaan voor afkoeling zit er dus ook niet meer in. En of het allemaal nog niet genoeg is, heb je soms te maken met bijtende mieren. Voor je het beseft zitten de agressievelingen met 10 tegelijk op je voeten en benen. Buiten dat hebben we 1x wespen op onze auto gehad en is er midden in de nacht een dingo onze watervoorraad komen plunderen. Over beesjes gesproken zijn er verder langs de route veel loslopende koeien, geiten en schapen te zien naast de roo's en zijn de sprinkhanen hier 3x zo groot zoals wij ze thuis kennen.
Men spreekt hier ondertussen ook van de warmste en droogste zomer ooit. De rivieren en creeks staan kurkdroog, maar in tegenstelling vind je om de zoveel kilometer een bord met 'floodway'. En stuk weg vatbaar voor overstroming. En als het éénmaal zover is, kan de weg in 15 min helemaal onder staan. De tegenstellingen zijn hier dus groot. Maar dat hebben we voorlopig nog niet gezien, hoewel de weerberichten voor het noorden van showers spreken.
Nog een 1700 km te gaan en we kunnen opnieuw de grens oversteken naar Northern Territory. Het zullen vooral rijdagen worden aangezien er opnieuw veel niets zal zijn. Er zijn in Australië heel wat mooie dingen te zien, maar vooral heel wat kilometers te overbruggen voor je ze kan zien.
Sluuu!
Abonneren op:
Reacties (Atom)
