Ondertussen zijn we al 4 weken de trotse bezitters van één witte Ford Falcon die huis en thuis zal zijn voor de komende 4 maanden. Toegegeven, de matras in de koffer slaapt zo slecht nog niet, de gordijntjes houden het zonlicht wat buiten (hoewel het binnen bloedheet kan worden) en de picnic parkjes onderweg geven ons free BBQ’s om onze maaltijden te kunnen bereiden. Verder is de auto nog uitgerust met kampeerstoelen en –tafel, kookgerei, tent en nog heel wat bruikbare spulletjes. Zo hebben we de laatste week van december Melbourne achter ons gelaten en zijn we langs de Great Ocean Road gaan cruisen, ook wel the Great Bitumen Sea Snake genaamd omwille van de vele bochten en kronkels (meer dan een kurkentrekker heeft, zo zegt men). In Cape Otway mochten we onze eerste wilde koala’s gadeslaan die schoon in hun eucalyptusbomen aan het eten, klimmen, slapen of gewoon aan het hangen waren. Toffe ervaring om ze zomaar in het wild te zien. Nog een speciale ervaring was het zien van ‘glowworms’, een soort larven die ’s nachts blauw oplichten en tussen de varens in het woud een heus lichtspektakel veroorzaken, als sterretjes aan de hemel! Mooi! Op de terugweg van die nachtelijke ontdekking een minder aardige ontdekking gedaan, namelijk onze autolichten die het plots begaven en dan even terug aansprongen om dan weer terug uit te gaan. Geen mooi vooruitzicht als je plots in het pekdonker zonder lichten rijdt (want in tegenstelling tot België zijn de straatlichten hier weinig tot nihil). Wij konden geen beesten zien die de baan durven opspringen, auto’s konden ons niet zien,… Gelukkig weer aangesprongen en verder kunnen rijden, maar vanaf dan wisten we dat we niet al te veel nachtelijke ritjes zouden moeten maken.
Langs de Great Ocean Road verder nog een stop gemaakt om de Otway Fly Tree Top Walk te doen. Een metalen constructie van 600m lang en 25m hoog waardoor je tussen de kruinen van sommige van de grootste bomen van Australië (Myrtle Beech, Blackwood, Mountain Ash) kon wandelen. Om het helemaal hoog te maken was er nog een 45m hoge uitzichtstoren. Dé toeristische trekpleister blijft wel ‘the twelve apostles’! Dit zijn grote rotsen die in de oceaan staan en ontstaan door constante erosie van de kalksteenkliffen (begin 10-20mln jaar geleden). De erosie vormt grotten in de kliffen die uiteindelijk bogen worden. Wanneer die invallen blijven rotsen als the twelve apostles over die tot 45m hoog kunnen worden.
Op kerstavond dan onze eerste wilde emoes ontmoet die mij vanachteren beslopen. Best grote beesten. Was er niet bepaald heel happig op toen ze plots dicht bij me stonden. Onze laatste halte in Victoria state was Cape Nelson, waar de zee wel sneeuw leek. Cape Nelson vuurtoren is op een klif gelegen, waartegen de golven met zo’n grote kracht aanbotsen, dat de lager en in zee gelegen rotsen soms gewoon niet meer zichtbaar waren. De kracht van water…
Op kerstdag zijn we dan de staatsgrens overgestoken en in South Australia terecht gekomen. Aan de grens al ons fruit en resten gedumpt in de speciaal voorziene ‘bin’, want op transporteren van fruit, groenten,…over staatsgrenzen heen, staan hier zware boetes! Dit alles om de fruit fly te vermijden, maar mijns inziens mogen ze eerst eens iets aan de gewone vliegen doen, want dat zijn pas echte lastpakken!
South Australia, met Adelaide als hoofdstad waar bovendien 80% van de populatie woont (algemene populatie SA is 1,6 mln), heeft een oppervlakte van 1.043514 km². Ruwweg te vergelijken met bijna 2x Frankrijk of 34x België. De meeste landbouwgebieden zijn in het zuiden gelegen. Hoe verder noord en west, hoe droger het terrein wordt. The Outback (woestijn) neemt daarbij 75% van het staatsgebied in beslag. Verder is er ook een aanzienlijk deel ‘aboriginal land’ te vinden. Eerste halte in de staat was Mount Gambier, befaamd om z’n blue lake. Een kratermeer met een diepblauwe kleur die verandert met de seizoenen (tot saffierkleur in de zomer). Maar niemand die weet waar de kleur vandaan komt. Voor mij was Mount Schank spectaculairder. Een uitgestorven vulkaan met een enorme krater die je helemaal in kon wandelen. In Victor Harbor zijn we tegen de avond de brug overgestoken naar Granite Island om little penguins te spotten. Elke avond als het donker wordt, keren de klein mannekes met volle buikjes terug van zee om op het eiland uit te rusten en te slapen. Tijdens het wachten kwam een zeeleeuw ons nog begroeten en zagen we ook possums zichzelf een weg door de planten knabbelen. Uiteindelijk hebben we ook een 6-tal pinguïns de rotsen zien opspringen en de weg overhuppelen. Echt supersjiek om zomaar wilde beesjes van zo dichtbij te zien!
In Adelaide aangekomen, waren de free camping spots gering en waren we genoodzaakt ergens in een suburb aan het station bij een tennisveldje te parkeren en overnachten (voor 2 dagen, alvorens in een hostel te gaan). Eerste nacht alles goed, tweede nacht kregen we ’s avonds laat onverwachts bezoek…la police! Die kwamen even een kijkje nemen of er nog niemand dood lag in de auto, maar maakten verder geen enkel probleem van onze campeerspot (hoewel we de dag erop toch gecheckt werden of we wel degelijk vertrokken). Twee nachten op dezelfde plaats is dan toch geen goed idee, je wordt namelijk gezien! Rond Adelaide zijn de populaire wijnregio’s van McLaren Vale (met 76 open deuren om te proeven) en Barossa (met z’n rijke Europese geschiedenis) te vinden. Meer dan 160 jaar geleden was de Barossa opgericht door een Europese gemeenschap, waardoor je nu nog heel wat Duitse dorpjes vindt. Tijdens het rijden werd de weg plots een ferry die we op moesten om de 2530 km lange Murray River over te steken om dan terug weg te worden. Een gratis 24u dienstverlening van de overheid!
Adelaide zouden we achterlaten om naar de Flinders Ranges en de Outback te trekken, maar dat was buiten onze autoprobleempjes gerekend. In Adelaide zelf nog gezien dat onze koelvloeistof weg was, wat opnieuw bijgedaan, maar nog maar net buiten de stad begon de auto tegendraads te doen tot hij plots helemaal niet meer wou en het even midden op de autostrade begaf. De vloeistof lekte eruit! Onderweg nog een garage gespot, dus in achteruit op de highway om zo te kunnen oversteken (jawel, dat kan hier, achteruitrijden echter niet). Als klap op de vuurpijl nog de afstand van een paaltje verkeerd ingeschat en *bam* daar bengelde onze zijspiegel. Pech, hoewel ik het dat moment nog best grappig vond. Na 3 verschillende garages bezocht te hebben en een 5-tal dagen vastgezeten te hebben, zijn de problemen inmiddels gelukkig weer opgelost en konden we verder naar Flinders Ranges. Flinders Ranges is een beetje de toegangspoort tot de Outback, met lange wegen door ‘niets-landschap’. Maar het is wel een van Australië’s rijkste gebieden aan Aboriginal erfgoed en cultuur. Je vindt er verschillende grotschilderingen. Naast dit leven er ook yellow-footed rock wallabies met hun mooi gestreepte staarten. In het Nationaal Park zijn we een kijkje gaan nemen naar het natuurlijke amfitheater van Wilpena Pound (8 bij 17 km groot) waarvoor we eerst een steile 2u durende klim moesten maken. Voor de rest was me dat even schrikken toen ik op een bankje met mijn knie in een spinnenweb zat en na een kijkje zag dat het het web van de redback spider was, één van de dodelijkste spinnen van Australië.
Tot slot hebben we besloten de Outback niet helemaal in te trekken, maar verder te reizen naar West-Australië. De laatste dagen waren de dagtemperaturen hier gestegen tot 45°, waardoor in 10 van de 15 districts in South-Australia een Total fire ban heerste, uit angst voor bosbranden. Op dit moment is het wat ‘frisser’, maar blijven we toch zweten met 35°!
Ik hoop dat jullie ondertussen de nieuwjaarskater reeds verwerkt hebben en fris en monter van de sneeuw aan het genieten zijn!
