dinsdag 9 februari 2010

Western Australia


Bijna 3 weken is het dat we in West-Australië gearriveerd zijn. Het is met z’n 2.525.500 km² de grootste staat in Australië (1/3 van Australiës landgoed) en heeft ongeveer dezelfde grootte als West-Europa, om maar een idee te geven. Een lange weg te gaan dus en dat werd duidelijk bij het doorkruisen van de Nullarbor, een dorre vlakte met een enkele highway (2700 km lang) die erdoor loopt. De Nullarbor wordt vaak gezien als een plaats die reizigers willen kruisen, gewoon om te bewijzen dat ze het kunnen. Het is normaal een mediterende rit van dagen waarbij een voorraad van liters water noodzakelijk is (water is er namelijk erg schaars). Vanaf de grens is het 725 km tot aan het eerste bewoonde dorpje. En we hadden er toen al 480 km en meer opzitten. Tijdens de rit hebben we meteen ook één van ’s werelds langste rechtlijnig stuk weg bereden (146 km lang), ook wel ‘The Ninety Mile Straight’ genaamd. In anderhalve dag hebben we dit grote stuk leegte doorkruisd en we waren best content het achter de rug te hebben. Voor je zie je een never-ending-highway met links en rechts gelige dorre steppe en af en toe een boompje die uit het niets opduikt. En achter je net hetzelfde beeld. Redelijk eentonig dus. Het was goud die dit gebied op de kaart heeft gezet in 1887! De eerste man in West-Australie bereikte land in 1616 en heette Dirk Hartog. Nog een interessant weetje tussendoor is dat de afstand van Perth (WA) naar Adelaide (SA) gelijk is aan de afstand Londen-Moskou! En goan!


Vanuit de onbewoonde wereld dus doorgetrokken naar de zuidkust (aka The Great Southern) met als hoogtepunten de mooie witte kustlijn met magische grotten, 386000 hectare woud en de hoge karri, marri en tingle bomen die tot 300 jaar oud kunnen worden. Dieter is zelfs 75m hoog gaan klimmen in één van die boompjes. Na 15m stond ik al te shaken op mijn benen en heb ik het maar gelaten voor wat het was. De Zuidelijke Oceaan gaat er bovendien over in de Indische Oceaan en overal langs de kust kan je volgens de boekjes dolfijnen spotten. Helaas hebben we er nog steeds geen gezien, zelfs nadat we om 6u opgestaan waren omdat men ons gezegd had dat we er gewoon tussen konden gaan zwemmen. Neutepeteute dus… Heel opvallend ook is dat hoewel het hier zomer is, de blaadjes van de bomen vaak ook oranje-bruin zijn en er in het bos zelf een laagje bladeren ligt alsof het herfst zou zijn. Iets vreemds aan de hand hier? We zijn dus een paar keer gaan wandelen en ook gaan klimmen door de Giant Cave, een gigantische grot die je zelf met hoofdlamp en helm op kan gaan verkennen. De grot gaat op plaatsen tot 83m diep en de wortels van de bomen kan je door het plafond zien groeien. Om het helemaal sportief te houden zijn we ook nog een namiddagje gaan kanoën. Hier haal je zelf de kano op, plaatst hem op het dak van de auto en rij je naar de rivier.


Net voor Perth, de meest afgelegen hoofdstad ter wereld (populatie 1,5 mln – totale populatie WA 2 mln) vind je Fremantle en Rottnest Island. Rottnest Island kon je 7000 jaar geleden nog aan het vasteland vinden. De naam is afkomstig van ontdekker William de Vlamingh die in 1696 de aanwezige dieren zag voor ratten en het zo dus rattennest naamde. Maar deze zogezegde ratten zijn eigenlijk quokka’s die met z’n 12000 nog steeds overal op het eiland vertegenwoordigd zijn. Ze lijken inderdaad een beetje op ratten, maar huppelen als kangoeroes en kunnen overleven zonder drinkwater. Ze halen hun vocht van planten. Verder zijn er geen auto’s op het eiland te vinden, dus hebben we er een fiets gehuurd en het eiland rondgereden (11km lang, 4.5km breed). Er zouden meer dan 135 tropische vissen in z’n omgeven wateren rondzwemmen en 20 soorten koraal. Ideaal om te snorkelen dus. Helaas niet veel gezien buiten kleine kwallen die mijn arm attackeerden en hun tentakels op mijn arm tatoeëerden. Fremantle (of Freo in de volksmond) is een havenstad met vele 19e eeuwse bewaarde gebouwen. Het was eerst de grootste stad van WA waar in vroegere dagen veel migranten voet aan land zetten, waardoor het nu nog steeds een stadje met een multiculterele sfeer is. We zijn er gebleven om Australia Day te vieren. Op 26 januari wordt hier de nationale feestdag gehouden en van dagen voordien zie je overal auto’s rondrijden met vlaggen uit het raam. Iedereen die hier was, zou geweten hebben dat het feestdag was! Ze zijn best trots op hun land. De Aboriginals daarentegen zijn, naar zeggen, een beetje anti-australia day. Terecht misschien?!


Vanuit Fremantle zijn we dan in Perth terecht gekomen. De stad met z’n eigen strand speciaal voor honden (waarvan er onlangs één aangevallen is door een haai). Veel kan ik je helaas nog niet vertellen over Perth. Ons doel was om hier een job te vinden. En zo zijn we in de bloemenindustrie beland op een paar kilometer van Perth. We zijn ondertussen al meer dan een week aan het werk bij de lokale bloemenboer, die ¼ Italiaan is. Niet wetende wat ons precies te wachten stond zijn we er de eerste dag ingevlogen en met rug-en spierpijn in ons bed (of ook wel auto) gekropen. Bloembollen planten, bloembollen uit kratten halen, spoelen, stapelen, terug inpakken,… Tis vooral veel sleur- en kniewerk bij betrokken. En met sleurwerk is het ook bedoeld als sleurwerk om op te staan, want om 5.30u moeten we paraat staan om te beginnen. Hoe dan ook, tis een ervaring en het brengt weer wat centjes binnen om verder te gaan. Nog een paar daagjes te gaan en dan is het zoeken naar iets anders voor wellicht nog een 2-tal weken, waarna we verder noord willen reizen, richting Darwin. Maar dat is nog welgeteld 4040 km van hier.


Et voila, hoop dat jullie weer genoten hebben van de up-to-date van the aussie adventures. Take care and smile!