maandag 14 september 2009

Nicaragua, dag 126

Het drong zonet even tot me door: ben vandaag reeds 4 maanden en 2 dagen onderweg. In Belgie is het weer volop schooltijd, de dagen beginnen stilletjesaan te korten, de blaadjes zullen straks weer allerlei kleuren aannemen om hun vertrouwde boom te verlaten... Aan deze kant van de wereld lijkt de zon eeuwig te schijnen, geeft de regen af en toe de nodige verfrissing en is Nicaragua tot nu toe het warmste land in Centraal-Amerika (bepaalde plaatsen toch).
Op 25 augustus ben ik dan zonder stempelproblemen Honduras uitgewandeld en in het grootste land beland. Nicaragua ligt op een kruispunt van 3 continentale platen en creeert daarmee een prachtig vulkanisch landschap (totaal van 28 vulkanen, waarvan 6 nog steeds actief), maar eveneens een verwoestend beeld van de vroegere aardbevingen en uitbarstingen. In tegenstelling tot de andere landen is niet voetbal maar honkbal nummer 1 sport.

Mijn eerste halte was Esteli, een klein aangenaam stadje met vooral in de omgeving interessante bezienswaardigheden. Zo ben ik naar de Somoto Canyon gegaan, een nationaal monument, slechts een 10-tal jaar geleden ontdekt door een buitenlander dan nog. Je kan slechts een paar kilometer te voet door de rotsformaties wandelen en daarna is het zwemmen geblazen.
Miraflor, een groot natuurreservaat waar slechts een aantal gemeenschappen leven leverde me een waar avontuur op. De bewoners doen er aan ecotoerisme; ze kweken alles zelf, alles organisch (en vegetarisch) en er is geen elektriciteit of stromend water. De nodige energie komt van de zon en van paarden! Heb er een heel interessante rondleiding gekregen over het gebruik van de aanwezige planten, bloemen en bomen voor medicinale doeleinden. Goed voor het geval ik ooit eens in de jungle vast kom te zitten, zo dacht ik. Nog maar goed en wel gedacht en onze enige bus terug naar de stad (en de hostel) blijkt niet af te komen. Krijgen te horen dat dit wel vaker gebeurt... Terug naar de stad wandelen blijkt geen optie: 5u wandelen, pikdonker en gevaarlijk. De nachtwakers (aka politie) van het domein laten ons weten dat er om 20.30u zeker een auto passeert die naar de stad terugkeert en ons kan meenemen. Joepie... Dus we wachten wat bij hen op een bankje voor hun wachthutje en praten wat in het rond. 21u echter nog geen auto te zien. De tijd gaat langzaam voorbij en geen mens, auto, paard en kar die voorbij komt. Het is ondertussen donker en koud geworden, we zitten zonder eten en warme kledij en die 2 politiegasten blijven ons maar wijsmaken dat de auto zal passeren. Na 6u wachten zijn we echter moe en beseffen dat we de nacht met vier op het bankje zullen moeten doorbrengen. De bewakers bieden ons heel vriendelijk hun bedden aan, 1-persoonsbedjes, staken palen en een laken dat dienst doet als matras. Het voelt vreselijk aan. De bewakers blijven voort leute maken en lijken gek te worden van de koffie en sigaretten waarvan ze leven. Wanneer alles eindelijk wat rustiger begint te worden, horen we buiten schoten en geroep. Het lijkt alsof ze net naast ons bed staan te schieten en te schreeuwen. Het is er nog steeds pikzwart (geen elektriciteit) en we zien geen steek voor ogen. Mijn hart gaat zodra uit mijn borstkas springen. Wat steken die mannen uit? Je moet weten dat men hier met wapens rondwandelt alsof het speeltjes zijn. Ze richten op alles en nog wat zonder het te beseffen. Slapen zit er voor mij duidelijk niet meer in en ik hoop dat het snel licht wordt en ik de eerste bus kan opspringen.
Uiteindelijk werd het dan ook licht, passeerde de eerste bus en bleek het geschiet een dief te zijn die de gewassen wou stelen (HUM?).

Na die ervaring verder getrokken naar Matagalpa en een mooie trektocht gedaan door de koffievelden (koffie is een van de hoofdexportproducten).

Leon, de vroegere hoofdstad, was het centrum van hevige gevechten in de revolutie van '78-'79 en is gekenmerkt door monumenten, museums en gevangenissen. Verder zijn er 12 koloniale kerken te vinden. Even buiten Leon ben ik de Cerro Negro gaan beklimmen, de jongste vulkaan in Nicaragua (1850) en sindsdien reeds 450m gegroeid. Ben er met een soort snowboard vanaf gegleden. Leuke ervaring en kan nog steeds lavastof uit mijn oren halen, hehe.

Los Zorros: een stukje paradijs! Verlaten strand, prachtige oceaan (eindelijk voor het eerst sinds mijn reis de Pacific bereikt), gekke eigenares, zwemmen onder de volle maan, heerlijk eten van Mami, spelletjes a volonte, kortom 3 dagen genieten van een mooie omgeving en leuke mensen. Sindsdien ben ik ook Spaanse les gaan geven aan mijn medereiziger, een professionele masseur, in ruil voor massages. Aangenaam en pijnlijk tegelijkertijd.

Masaya: zit eindelijk door mijn sandalen en ben een regenjas armer (vergeten in Leon). Doel: nieuwe sandalen vinden en er is geen betere plaats dan Masaya, het stadje van folklore en handgemaakte spullen. Verder ook gezommen in Laguna de Apoyo, een 6km groot kratermeer. Leek alsof ik in een meteoorgat aan het zwemmen was. Men weet nog steeds niet hoe diep het meer is.

En momenteel ben ik in Granada en kan ik normaalgezien woensdag opnieuw aan de slag als vrijwilliger.

3 opmerkingen:

  1. Heyhey Veronique,

    Blij nog eens iets van je te mogen lezen, ik dacht al dat je ons vergeten was :-D
    Het piekt, het piekt oh zo sterk als ik je belevenissen lees! Je overgeven aan het plaatselijke gebeuren en ritme, waar men geen 'tijd' kent, en alle spanningen erbij. Zalig, en zo te lezen geniet je er ook volop van! Dus meer zeggen dan 'geniet verder', kan ik niet...

    GRoetjes,
    Liesbet *

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hey Veronique,
    Evelien had me onlangs de tip gegeven van je website eens te bezoeken, en 'k moet zeggen, 't is de moeite :)
    Leuk om je verhalen te lezen, zo te zien heb je daar the time of your life, geniet er maar met volle teugen van! (maar dat zal wel niet mankeren he hehe)
    you go girl!
    grtz
    Ninja

    BeantwoordenVerwijderen